hansgroen.com

« | »

solidariteit en dode paarden

Wegens overweldigende belangstelling werd de presentatie van het laatste RMO advies “Rondje voor de publieke zaak – pleidooi voor de solidaire ervaring” naar een grotere ruimte verplaatst. Wat nou ‘afnemende solidariteit?’ Als je de citaten, veelal uit kranten, leest waarmee de RMO het thema neerzet, dan blijkt dat mensen heel goed weten waar de zaak om draait, en dat men ook heel goed weet wat ‘solidariteit’ inhoudt. Alleen ‘Den Haag’…?

De RMO schetst in het rapport hoe solidariteit in de maatschappij steeds meer is overgenomen door de staat. De crisis in ‘solidariteit’, zo zou ik het samenvatten, is dat de verstatelijkte en gecollectiviseerde vormen van solidariteit niet meer als solidariteit herkend worden. Het zijn rechten geworden waar je als burger via premies gedwongen wordt een bijdrage aan te leveren. De RMO schets hoe de nadruk in arrangementen meer zal gaan verschuiven naar vormen van ‘directe solidariteit’, solidariteit met gekende anderen, zonder dat daarbij de indirecte solidariteit helemaal uit het zicht verdwijnt. De politiek is echter als de dood voor ongelijkheid en uitsluiting die met directe solidariteit zou samenhangen, en ziet niet dat het individu geen prikkels nodig heeft om solidair te zijn met gekende en ongekende anderen.

Een minder prikkelend, stekelig Den Haag … moeilijk, want Den Haag kent alleen maar prikkels. Een maand eerder werd “Mij een zorg! De toekomst van de sociale zekerheid” gepresenteerd in de Rode Hoed. De wetenschappelijke instituten van de politieke partijen beschrijven daarin hun visie op de verzorgingsstaat. Solidariteit in de maatschappij van morgen dus.
Verbijsterend is dat in deze bundel door verschillende partijen het idee van een arbeidsloos inkomen wordt voorgesteld. Ik heb het meteen bij Arthur Koestlers “Society for the Prevention of Cruelties to Dead Horses” gemeld. Terwijl we de problemen zien die ontstaan doordat solidariteit geprotocolleerd, geformaliseerd, en gecollectiviseerd is, komen politici weer met het idee om ‘loon naar werken’ te protocolleren, formaliseren, collectiviseren en te verstatelijken. Hebben we ons daartoe, met hulp van het vermaledijde ‘neo-liberalisme’, ontworsteld aan de deprimerende economische situatie rond 1980?
Meer in het algemeen blijkt in deze bundel dat de politiek vooral denkt in ‘prikkels’ die mensen aan het werk moet krijgen. Maar zoals ieder individu solidair wil zijn, wil ieder individu ook kunnen leven van de vruchten van zijn eigen arbeid. Dat moet uitgangspunt zijn van je beleid.

Ga er dus van uit dat mensen solidair zijn en voor hun brood willen werken. Ga dan kijken hoe je als overheid in de weg staat. Wel een omslag als je een marionettentheater van subsidies, compensaties, rugzakjes, pgb’s, doelgroepenbeleid, etc., etc., bedient. Toch moet het gebeuren wil politiek Den Haag niet verder vervreemden van de werkelijkheid, want het gevaar is dan dat de democratie om zeep wordt geholpen. Ik hoor namelijk al geluiden dat democratie als zodanig perverteert.
Wat opviel in de forumdiscussie bij de presentatie van “Mij een zorg” was dat noch de politiek oudgedienden als Ruud Lubbers en André van Es, noch de opkomende generatie van IJmert van Muilwijk (CNV) en Dennis Wiersma (FNV) erg enthousiast waren over de gepresenteerde visies. Ze konden elkáár wel heel goed vinden – misschien valt de middengeneratie die het nu voor het zeggen heeft, gewoon buiten de boot en komt de noodzakelijke omslag met het aflossen van de generaties. Maar eerder mag best.

(Oorspronkelijk verschenen op CSC-Plein, 3 juni 2013)

Tags: