hans groen


« | »

4 keer poging tot doodslag op 3 kilometer weg

Woensdag 22 juni, niet te veel wind, zonnig maar niet te warm, ideaal fietsweer. Op weg dus, richting het noorden, misschien een snufje zee in Noordpolderzijl. Net voorbij Bedum, op de landweg naar Onderdendam staat rechts een grote container-vrachtwagen geparkeerd. In de verte komt er een auto aan, maar ik schat in dat ik voorbij de vrachtwagen ben voordat hij er is. Ja, ik kwam er net voorbij, maar het was erg krap,want de man reed iets harder dan ik geschat had en weigerde om even de vaart in te houden. Wat later is er een slingerbochtje en een bestelauto racet daar doorheen. Ik gebaar dat het iets rustiger mag, maar dat schijnt niet gewaardeerd te worden hoorde ik aan de claxon. Weer wat later, ik fietste even wat verder uit de kant (soms gebeurt dat als je op je fietscompu kijkt of een slokje uit de bidon neemt) hoor ik een tuuttuut achter mij, het dwingende ‘ik wil er langs’ waarom we scooters haten. Ik ga naar rechts, maar gebaar naar achteren dat hij/zij het rustig moet doen. Nou, luid toeterend gaat hij mij voorbij. Wat later zit hij weer achter mij (blijkbaar was het een besteller of zo) en gaat naast mij rijden met zijn rechter raam open en schreeuwt iets. Ik rem, hij langs de kant en stapt uit, maar ik ga aan de linker kant hem voorbij – hij schreeuwt dat ik midden op zijn weg fietste. Even later passeert hij mij rakelings op hoge snelheid. In Onderendam het ik even gezeten, toen besloten dat met kokende adrenaline het niet leuk meer fietsen is. Terug naar Gruno; nog ín dat dorp verlaat iemand achteruit zijn erf, vliegensvlug waarbij hij mij bijna omver rijdt. Thuisgekomen zag ik op de Garmin dat ik een nieuw record had gevestigd: een hartslag van 160 per minuut, ondanks de beta-blokker die ik moet slikken.

Over een afstand van 3 kilometer 4 aanslagen op mijn leven. Gelukkig voor de criminelen heb ik geen bodycam, dus ze ontspringen dit keer de dans, helaas. Maar gaan we zo met elkaar om? Waarom laten we de bloeddorst van automobilisten ongemoeid. Uit gesprekken met de Fietsersbond alhier en met de Provincie weet ik dat dit helemaal niet onbekend is. Maar er gebeurt niets. Nee, de beleidsmakers beschouwen de fietser feitelijk steeds als de storende factor. De rangorde van weggebruikers in Stad en Ommeland is: hulpdiensten, openbaar vervoer, auto, en dan als die van de weg zijn, mag de fietser nog even rijden. Kruisingen, echte rotondes en surrogaat-rotondes, alle wegen zijn zo aangelegd dat de brandweer en de bus er makkelijk overheen kunnen, en daarom kunnen automobilisten ook op volle snelheid doorrazen. En als het te vaak misgaat, moeten fietsers maar voorrang verlenen, of met sinusdrempels in het fietspad leven, of helemaal naar een eigen pad, want wat je niet ziet, bestaat niet! De automobilist wordt nergens afgeremd. Geen wonder dat die automobilist zichzelf rechter en beul tegelijk waant. De overheid is blijkbaar te bang om hem te beperken.

Terwijl we zoveel ervaringskennis en verkeerstechnische inzichten hebben, een catalogus waaruit je met ervaringsdeskundigen, fietser bijvoorbeeld, een goede keuze kan maken, broddelt Groningen verder met rood, groen, geel en blauw gekleurd asfalt (ja, het betekent wel iets, hè), status-loze fietssuggestiestroken in allerhande breedtes, een rampzalige kruising bij Helperbrink/Helperzoom alleen maar omdat bewoners het fietspad uit de richting van Haren niet langs hun flats wilden hebben – meer dan ik hier kan opnoemen. Dat Helperzoom-fietspad is onthullend, net zo onthullend als het gevaar rond scholen: auto’s zijn in zichzelf niet gevaarlijk, maar de papa’s en mama’s die hun kind met de auto naar school brengen. De mensen in de auto zijn gevaarlijk: die mensen verdommen het gewoon om te zorgen dat ze anderen niet raken en doodrijden. Dus moeten we zorgen dat er geen fietsers voor hun grille komen; als het toch misgaat: het slachtoffer is altijd onvoorzichtig geweest. Die mensen vinden het hun recht om primair gevaarlijk, met minstens 50km/u, te rijden en dan te zeggen dat je voorzichtig moet zijn. Ik leg het neer als stelling: de verkeersinfrastructuur in Groningen en Ommelanden bevestigt de mens in de auto in gevaarlijke gedrag en het waanbeeld dat anderen voor hem/haar moeten uitkijken. Met de smartphone op schoot en het ballonnetje in de hand verwijt de mens in de auto dat de fietsers op zijn of haar telefoon kijkt.

De ‘veiligheid voor de fietsers’ is de opium van de overheid; opium namelijk voor alles wat niet in anderhalve ton staal rondrijdt. Alles wat gedaan wordt, te beginnen met ‘fietser tegelijk groen’, staat in dienst van de doorstroming van de auto. Ga maar na: waarom niet ‘auto’s tegelijk groen’? Dat er minder fietsers aangereden worden, is ‘newspeak’ geworden voor ‘auto’s hoeven niet meer op te letten’ – wat je niet ontmoet, bestaat niet.

Het belang van de fietser telt niet mee voor het beleid. In 2019 adviseerden we aan de Gemeenteraad van Groningen om de scooters maar op het overvolle fietspad te laten omdat een aaneengesloten netwerk van scooters op de rijbaan niet mogelijk was: op veel weggedeelten is het te gevaarlijk. Ik deelde dat standpunt. Met verbazing zag ik een jaar later de deelscooters verschijnen. Nog meer dringen op het fietspad, en om het verkeer veiliger te maken, wordt er door politieke partijen gedacht aan een helmplicht voor kinderen. Tja, met 6 dode fietser per jaar in de provincie, scheelt dat misschien één fietsdode per 4 jaar. Klein bier, en zeg niet dat elke dode telt, want dan moet je een slok op een borrel nemen: 30km/u op alle wegen in de provincie, behalve de vrijliggende N- en A-wegen, en een keiharde aanpak van de bloeddorstige automobilisten die liefst een fietser van ‘hun’ weg rijden.

Op donderdag 23 juni zou ik een groep Slowaakse burgemeesters begeleiden op een tochtje door onze mooie stad over de twee Zernike-routes. Met de kokende adrenaline in mijn lichaam heb ik mij teruggetrokken, want ik zou alleen maar heel negatief hebben gesproken. Nog steeds spoken de filmpjes van die auto’s door mijn hoofd. En na 4 jaar proberen er iets aan te doen, zie ik alleen maar partijen die het aan urgentie en ambitie ontbreekt om iets te veranderen aan de terreur van de automobilist. Beste stuurlui aan de wal? Nou, ik behoor tot de bemanning van het schip en roep ‘man over boord’, maar iedereen, van kapitein tot matroos, lijkt voortvarend de andere kant op te gaan. De slagers hebben vrij spel.

Posted in Column
Tags: , ,