Hans Groen

« | »

gastvrije gemeenschap (4) – belofte

Over wiens gemeenschap hebben we het? Ik moet steeds aan de week na de Bijlmerramp denken. De Bijlmer was synoniem met onpersoonlijke hoogbouw en ontbrekende sociale cohesie geworden. Niet helemaal onterecht; je kon er weliswaar de nachtegaal horen, zoals beloofd toen de plannen gemaakt werden, en vele andere kleurrijke vogeltjes, maar de gemoedelijkheid die ik tot ongeveer 1983 had meegemaakt, was verdwenen. Toch bleek in 1992 dit ‘los zand’ in staat binnen een week nadat de El Al Boeing een flat had verwoest, een grote herdenking te houden. De gemeente stond verbaasd, en misschien een beetje beschaamd. Dit was een heel andere Bijlmer dan die van de beleidsmakers en commissies. ‘Gemeenschap’ is een term waarmee de overheid en beleidsmakers voorzichtig moeten zijn.

In het licht van die ervaring is het denk ik moeilijk om in algemene termen over het verdwijnen van gemeenschapszin te spreken. Dat betekent aller eerst dat jóuw gemeenschap verdwijnt, of dat jij niet ziet wat er aan gemeenschap om je heen ontstaat. Mensen vormen gemeenschappen, dat is het probleem niet: mensen vinden elkaar wel als zij iets gemeenschappelijk hebben. Dat is de rode draad in alle definities van ‘gemeenschap’: het gaat om de identiteit die uit het identieke voortkomt, uit de waarden, geschiedenis, cultuur, etniciteit, etc. die mensen delen. Gemeenschap is dus altijd een identitaire groep en de sociale cohesie van zulke groepen berust op loyaliteit van en solidariteit tussen de leden van die gemeenschap. Dat die waarden belangrijk zijn, ervaren we eerst, en leren we daardoor, in het gezin waarin we opgroeien – zonder die zouden we waarschijnlijk heel letterlijk niet ons eerste levensjaar overleven.

Tegelijk zien we dat loyaliteit en solidariteit waarden van uitsluiting zijn. De sociale cohesie in identitaire gemeenschappen is bedoeld om te beschermen en houden wat we al hebben. Het gaat om de gevestigde gemeenschap van gisteren. Het probleem is hoe te zorgen dat die gemeenschappen open en gastvrij zijn, en niet alleen voor bekenden en volkomen gelijkgezinden funcioneren en dus ook morgen vitaal zijn. Dat is een onoplosbaar probleem voor de gemeenschap van gisteren. Die moet blijven zoals ze is en houden wat ze heeft, en dus is zij “etnocentrisch” als zij te gesloten is, en “oikofobisch”als zij te open is. Als het om sociale cohesie draait, is het nieuwe en het inpassen van het vreemde altijd een verlies, voor beide kanten!

Identitaire gemeenschappen zijn geen gastvrije gemeenschappen. Gemeenschappen op basis van identiteit dwingen bepaald gedrag af, bepaalde opvattingen, hebben initiatie-riten, etc. Je kan nooit zomaar meedoen, er is altijd wel een gewoonte die je niet door hebt en waarmee je toch weer buitenstaander bent. Als lid van zo’n gemeenschap treedt je nooit meer zonder last en ruggespraak naar buiten. Jouw gedrag wordt altijd beoordeeld in het licht van wat die gemeenschap accordeert of wat mensen denken dat met jouw lidmaatschap van die gemeenschap verplicht is.

Ik vraag me dus sterk af of het zinnig is ‘gemeenschap’ generiek prioritair belangrijk te achten voor het samenleven van mensen. Beleid en strategieën die tot doel hebben gemeenschap op te bouwen, kunnen dwangmatig worden en mensen problematiseren. Samen stadslandbouw bedrijven, bijvoorbeeld, is leuk en versterkt de onderlinge band. Er zijn projecten waar in naoorlogse nieuwbouwwijken stadslandbouw georganiseerd wordt om de sociale cohesie in de buurt te vergroten. Alleen blijkt dan dat de mensen die niet meedoen, die tuinieren niet als hobby hebben, een probleem worden: dat mensen uit dezelfde portiek niet meedoen met zo’n gemeenschaps-bevorderende activiteit, verstoort blijkbaar de bedoelingen van de initiators. Je moet mensen echter niet dwingen met elkaar te mengen en iets met elkaar te ondernemen, maar de gelegenheid scheppen dat mensen elkaar ontmoeten en met elkaar iets gaan ondernemen.[*]

Alle gemeenschap berust op conventie en is eindig. Als levens langs elkaar schuren, zullen, en moeten, er nieuwe gemeenschappen ontstaan omdat mensen elkaar vinden op andere zaken. Een gezond gemeenschapsleven blijkt uit een (oneindige) keten van opkomen en afgaan van verbanden. Gastvrijheid ontstaat als we in die keten als reisgenoten met elkaar optrekken. Gemeenschap ontstaat niet door dat wat we al hebben en met anderen delen. Dat is de gemeenschap van de identiteit als vesting. Gastvrije gemeenschap gaat over identiteit als belofte, de anticipatie op een mooie toekomst met jou en mij.[**] Een gastvrije gemeenschap is een gezellige groep van maatjes die met elkaar optrekken en als het moet ‘door dik en dun’ voor elkaar klaar staan. Die banden ontstaan overal waar mensen met willekeurig anderen optrekken: op school, op de universiteit, op een sportclub. Het probleem nu is dat die maatschappelijke, open verbanden steeds meer langs gemeenschapsbanden worden afgebakend en vooral reeds bestaande banden worden verdiept.

We slaan gemeenschap hoger aan dan maatschap, maar voor de samenleving is de openheid en gezelligheid van de maatschappij een hoger goed. Dan pas verliezen de scheidingen tussen mensen hun uitsluitende karakter, zonder alle verbanden in één groot verband te niet te laten gaan. Het gaat erom dat ieders eigenheid niet verhindert dat mensen met elkaar iets ondernemen en met elkaar gezellig kunnen zijn. Gastvrije gemeenschap is niet het eigene wegcijferen voor een abstracte ‘medemens’. Het begint overal waar mensen met elkaar iets ondernemen en er geen wederzijdse taboes zijn wat betreft gewoontes en gedachten. Dus heel direct, letterlijk en heel dagelijks: ik eet bij jou wat jij op tafel zet, en jij eet bij mij wat ik op tafel zet. Dat is dus een behoorlijk zware opgave! Maatjes zijn, de maatschappij levend houden, is moeilijker dan gemeenschap behouden.

* Dat is de conclusie van Loretta Lees in een “Gentrification and social mixing,” Urban Studies 2008, p. 2465. In dit artikel laat Lees zien hoe pogingen wijken nieuw leven in te blazen veelal niet leiden tot toenemende interactie tussen mensen uit verschillende groepen. Overigens, de opmerking over stadslandbouw

** Zie het artikel Schepping, Verbond, Belofte naar aanleiding van de presentatie van Elena Lasida op de Europese Sociale Week van 2014.

Posted in Column