hans groen


« | »

het recht van de snellere

Bij ‘het recht van de snelste’ denken we sinds het boek van Verkade en Te Brummelstroet meteen, en alleen, aan de ‘automobiel’ die het vlees en metaal geworden gevaar is op straat. ‘Snelste’ is natuurlijk relatief want ook de fiets kan op straat de snelste zijn, en dus een gevaar vormen.

Absolute snelheid is het probleem niet, volgens mij. Op een zoutvlakte in Utah kun je best een paar honderd kilometer per uur proberen te rijden en zolang je voertuig maar goed gemaakt is, is dat in zichzelf niet gevaarlijk. ‘Snel’ is geen gevaar, iets dat sneller gaat of ‘de snelste’ is, dat is gevaar; gevaar ontstaat met verschil in snelheid. En dan wordt alles wat sneller gaat dan lopen of rennen, dan de snelheid die de mens zonder hulpmiddelen kan bereiken, een gevaar. Ook de fiets dus.

Vertederd kijken we naar zwermen fietsers die ogenschijnlijk kriskras over een kruispunt bewegen. Zoals een zwerm spreeuwen zonder ongelukken in het najaar majestueuze lucht-balletten opvoert, zo zwermen fietsers tussen de auto’s en andere fietsers over een kruispunt als het licht op groen springt (hoewel een aantal niet kan wachten) – die metafoor kwam op bij het bestuderen van hoe fietsers toch zonder ongelukken zich gedroegen bij een aantal complexe kruispunten in Amsterdam.[1] En kijk naar hoe het peloton in de klassiekers en grote rondes zich over de wegen plooit in de bochten en over rotondes. Spreeuwtjes zijn het. Maar ook als de Formule 1 van start gaat, is er over de eerste honderd meter de chaos van de zwerm spreeuwtjes.

Als er wind van opzij is, trekt het peloton een waaier en lijkt de ‘zwerm’ meer op de helft van een vlucht ganzen. Die trekken een v-zwerm, maar om dezelfde reden: van elkaars slipstream profiteren. Minder schattig. ganzen, maar misschien een ‘hogere’ variant van de zwerm spreeuwtjes: in de waaier moet je niet alleen je eigen positie coördineren met de renners om je heen, maar ook samenwerken om snelheid te houden en elkaar niet over de kling te jagen.

Deze patronen zie je vooral als er ruimte is, op een groot kruispunt of die zoutvlakte in Utah. Maar in het echte leven hebben we straten met een beperkte breedte en verkeer dat onze ‘zwerm’ wil of moet kruisen. Hoe kruisen twee zwermen spreeuwen in de lucht?[2] Er zullen bepaalde regels moeten komen die de beweging van iedereen faciliteren – regels over wie ‘de rechterkant van de weg’ krijgt (the right of way) en wie de ‘heer in het verkeer’ is die ‘dames laat voorgaan’ (oftewel rechts gaat voor, of ben ik nu seksistisch?). En als dat niet afdoende is, zetten we verkeersborden of lichten neer om het verkeer te doseren. Er staat me een foto bij van het Muntplein in Amsterdam tijdens de spits, vele decennia geleden: een zee van fietsers waarin een eenzame agent een stop-bord bediend (helaas kan ik die niet vinden op dit moment).

Minder automobielen op straat maakt de stad leefbaarder – ik vrees de komst van auto-automobielen die geheel automatisch hun slagerswerk gaan verrichten [3]–, maar met minder auto’s blijven de straten nog steeds gevaarlijk. Minder dodelijk misschien, maar de speed-pedelec die een kind omver maait …

Hoe vertederd we ook zijn door de spreeuwtjes, die fietser is zelf ook een gevaar als die met ander (sociaal) verkeer op de weg moet mengen. In Amsterdam wordt al een aantal jaren nagedacht over een brug van het Zeeburgereiland naar de Oostelijke Haven-eilanden, over het Amsterdam Rijnkanaal heen. Een voorstel was om de J.F. van Hengelstraat als aanlanding te benutten. Dit is een vrij brede woonstraat waar mensen op bankjes voor hun huis witte wijn sippen terwijl de kinderen op straat spelen en de buurman ook voorzichtig rijdt als hij thuiskomt (ik maak het een beetje mooier dan het is). Die bewoners wilden geen stroom van fietsers door de straat die van een 11 meter hoge brug (want zo hoog moet over het ARK) afkomen rijden. Nimby’s, hoorde ik in de discussie, maar ik gaf de bewoners gelijk. De fiets is een vervoersmiddel en daarom per definitie te gast in een verblijfsruimte. Zij zijn hier namelijk de snelste.

Voor een veilige, ontspannen publieke ruimte moeten de fietsers zich realiseren dat zij ook het gevaar kunnen zijn. Je moet weten wanneer je snelheid kunt maken. Tegelijk moet de wegbeheerder niet in de ‘spreeuwtjes-emotie’ vallen. Wandelen en fietsen combineert niet: noch de wandelaar, noch de fietser kan op zo’n pad ontspannen lopen of fietsen. Ik heb een aantal jaren in Brits Columbia gewoond waar veel paden voor fietsers en wandelaars worden bedoeld, met constante animositeit tussen fietsers en mensen die hun hond uitlaten op het Galloping Gooose Trail, bijvoorbeeld.

Voor een leefbare en ontspannen straat moet je het autoverkeer nog veel meer terugdringen en beperken. Maar daarmee is de heerschappij van de snellere niet ten einde. Piet Hein Donner op zijn herenrijwiel, oma op haar omafiets gaan niet zo daverend hard; de slagersjongens uit vroeger tijd konden er wel wat van, maar die hoorde je aankomen (want ze fluiten hoog en vals – Erik van der Steen). Nu hebben heel veel fietsen 3 versnellingen of meer, en zijn er e-bikes op de weg die makkelijk de 30km halen [4]. Ook dat schattige spreeuwtje, de fietser, is een snelheidsmaniak en denkt dat hij of zij daarom meer rechten heeft. Laat dat spreeuwtje daarom meer ruimte zodat het de rechten die het wel kan claimen, veilig kan uitoefenen. Ten koste van de auto en ‘auto-auto’s’, want van alle hulpmiddelen om vervoer te vergemakkelijken, is de fiets de meest humane. Maar laat genoeg ruimte voor de voetganger die de meest humane snelheid heeft – wordt niet zelf een automobiel.

1] Zie: Het Parool, 8 september 2014. Het rapport over de genoemde 9 kruispunten heb ik niet meer in mijn bezit.
2] Dat is de fundamentele fout met ‘fietsers tegelijk groen’ zoals je dat in Groningen tegenkomt: als de fietserslichten op groen springen, krijg je een start van de Formule 1 uit vier verschillende richtingen. Dat verklaart denk ik ook dat het meest logische hier, ‘auto’s tegelijk groen’ niet de handen op elkaar kreeg …
3] Elke computer, elke algoritme maakt een fout, dat is de enige zekerheid die we hebben.
4] Officieel zijn ze afgeknepen op 25km/u, maar het zijn dezelfde motors die in Noord Amerika op 20mijl = 32km/u zijn afgeknepen, en het is een eenvoudige ingreep de sturing aan te passen. En niet te hard ‘Nee’ roepen, want benzine scooters reden ook allemaal te hard, maar geen enkele winkelier wist hoe dat kwam.

Posted in Column
Tags: , ,