hans groen


« | »

rentmeesterschap

Rentmeesterschap is voor veel christen-politici de centrale waarde in hun visie op de economie. Maar rente is parasitair op economische activiteit. Über en Airbnb zijn de rentmeesters in de moderne economie en zijn niet echt de voorbeelden van ‘rentmeesterschap’ die christen-politici voor ogen hebben.

Je kunt een christen-politicus ’s nachts wakker maken met de vraag waar het in de economie over gaat, en hij of zij zal antwoorden: “Rentmeesterschap.” Alleen komt ‘rentmeesterschap’ in de Bijbel nauwelijks voor, vertelde Jan Boersema op het CSC van 2011 – dat congres ging over hoe we met onze aarde omgaan en in dat verband wordt heel vaak het woord ‘rentmeesterschap’ gebezigd. Inderdaad, de meest uitgebreide en in het oog springende verwijzing in de Bijbel is die van de onrechtvaardige rentmeester in Lucas 16.

Zaakwaarnemers, vertegenwoordigers, rentmeesters, het zijn mensen die belangen van anderen vertegenwoordigen of goederen en bezittingen van anderen beheren. Nu snapt iederéén wel dat we zaken die ons toevertrouwd zijn goed moeten behartigen en uitvoeren; ‘rentmeesterschap’ als zodanig is geen bijzondere deugd – er zijn goede en er zijn slechte, zoals je die in elk beroep zult vinden.

Een rentmeester moet natuurlijk ook betaald worden, en dat zal een bedrag zijn dat gerelateerd is aan de waarde van de goederen en de belangen die op het spel staan. Die vergoeding wordt betaald uit de (productieve) arbeid van anderen. Er is in het Nieuwe Testament ook een verhaal over iemand die als hij op reis gaat zijn bezit in beheer geeft aan zijn personeel, de één een wat meer dan de ander. Degene die het kleinste deel in beheer krijgt, stopt het in de grond, en krijgt de wind van voren als zijn baas terug komt. Zijn verweer: “Heer, ik  wist van u dat u streng bent, dat u maait waar u niet hebt gezaaid en oogst waar u niet hebt geplant” (Matteüs 25:26). Dat is precies wat de hele ‘herkauwers economie’ van Über, Airbnb, Booking.com, etc., doet: leven van andermans arbeid. En als het wat minder gaat, is er voor jou geen clementie, de eigen inkomsten moeten veilig gesteld – het zijn ‘strenge heren’.

Adam Smith onderscheidde tussen winst en ‘rent seeking’ (zie Mariana Mazzucato et.al. op Project Syndicat voor de relatie met de platformeconmie; ik heb overigens zo gauw geen Nederlandse term gevonden). Winst is wat je overhoudt van je eigen productieve arbeid, als ambachtsman of in een fabriek. ‘Rent’ is wat je onttrekt aan economische activiteiten zonder die activiteiten productiever te maken. Het is de toeslag die de economische herkauwers rekenen aan hen die via hun platform diensten aanbieden. Die toeslag is in hoogte vergelijkbaar met de BTW die ondernemers moeten afdragen. Waar Btw-gelden aan algemene voorzieningen worden besteed die ook ieders productiviteit ten goede zullen komen, komt de ‘rent’ alleen de eigenaar van het platform ten goede. Über en de andere platforms doen geen investeringen om jou en je bedrijf productiever te maken (kopen hoogsten hun eigen aandelen op om meer aandeelhouderswaarde te scheppen).

Toeslagen en tarieven voor beheer en dienstverlening zijn op zichzelf heel normaal. Een bank betaalt zichzelf (even heel simpel gehouden) doordat die voor een lening meer rente vraagt dan op een spaarrekening wordt uitbetaald. En als je een kapitaaltje nalaat waarmee je een fonds wilt oprichten om meisjes uit je geboortestad die medicijnen willen gaan studeren een beurs te geven, moet je ermee rekenen dat je iets van een vergoeding regelt uit dat kapitaal voor het comiteetje dat de aanvragen beoordeelt. Daarvoor stel je een ‘rentmeester’ aan. Er is goed rentmeesterschap en slecht rentmeesterschap, zoals al bleek uit het verhaal over de onrechtvaardige rentmeester. Rentmeesterschap is op zichzelf geen positieve of negatieve waarde of deugd. Het gaat erom hoe je het invult.

Als je het beschouwt vanuit de idee van ‘rent-seeking’, moet je je afvragen of ‘rentmeesterschap’ wel zo’n positieve deugd is voor de economie. Uiteindelijk zijn rentmeesters bezig te maaien wat ze niet gezaaid hebben en te oogsten waar ze niet geplant hebben. Dat is ontegenzeggelijk iets wat inherent is aan onze economie en op zichzelf geen probleem. Maar als kerndeugd van economisch handelen slaat het de plank mis, zoals we met de ‘herkauwers’ van de platform economie ervaren.

Zelfs als ‘deugd’ heeft rentmeesterschap weinig papieren. Deugden, morele kwaliteiten, zijn altijd het juiste midden tussen twee uitersten. Bij rentmeesterschap zie ik zo gauw niet dat het een ‘midden’ tussen twee ‘uitersten’ is. We hebben in onze denktraditie wel een idee die centraal is in zowel de van oorsprong christelijke (katholieke), als de liberale en socialistische maatschappijleer, namelijk dat de oorsprong van bezit ligt in de arbeid van ons eigen lichaam. John Locke is hier het verbindingspunt. De aarde en haar vruchten zijn aan ons mensen gegeven om daarvan te genieten, zo stelt hij. En hij verbindt daaraan twee, in mijn woorden, hoofdzondes. De eerste is meer oogsten en plukken dan je zelf kunt eten of gebruiken, want dat verrot het teveel dat je genomen hebt en steel je van de gemeenschap. De andere hoofdzonde is de aarde niet te bewerken, want bewerkte grond brengt 10, 100 keer zoveel op, en dus onthoud je opbrengst aan de gemeenschap. Niet stelen en anderen niets onthouden, zo simpel begint het. Dat zijn denk ik de Scylla en de Charibdis waartussen deugdzaam handelen in de economie zich moet bewegen. Rentmeesterschap helpt niemand om de juiste koers te zetten.

Posted in Column
Tags: , , ,