hans groen


« | »

zoomen of ontmoeten

‘T zit er nog niet op, maar er is wel een modus vivendi met het coronavirus aan het ontstaan met het vooruitzicht dat het eens gewoon ‘een griepje’ zal zijn. Wat kunnen we leren over ons als samenleving en ieder over zichzelf?

Het was koddig om te zien hoe allerlei maatregels die elders werden genomen en die ieder voor zich genomen ook niet zaligmakend waren, werden weggewuifd met ‘dat werkt bij anderen, maar niet bij ons.’ Bij gedweeë Aziaten bijvoorbeeld, of ‘Ordnung und Gesetz’-Duitsers, etc. De Nederlandse kuddedieren achten zichzelf veel te individualistisch, die luisteren niet naar iemand die gewoon zegt wat er moet gebeuren. Dat bleek bij het instellen van de avondklok ook wel weer mee te vallen want Nederlanders vormen toch graag een collectief. ‘We’ bleven massaal thuis – het ov was leeg, de snelweg, en de winkelstraten; de parken en natuur werd juist drukker. Iedereen greep naar zoom en microsoft-meetings om werkoverleg te hebben, en voor sociale contacten. ‘Sociale media’, nietwaar? Voor mij is het gehandicapte communicatie.

Sinds facebook uitgerold is, zo in 2007, heb ik 4 ‘levens’ gehad op dit medium. Het werkt niet voor mij. Je moet een exclusieve ‘kijk-mij-eens’ houding hebben om mee te doen. Oneindige zelfpresentatie, daarop draait facebook. Natuurlijk is het leuk om anderen te vertellen waar je mee bezig bent, maar bij dagelijkse ontmoetingen deel je dat alleen met hen die je op dat moment spreekt. En je ontmoet mensen over het algemeen niet om uitgebreid te gaan vertellen wat je doet en wat je leuk vindt. Dat is van ontmoetingen en zal verschillen afhankelijk van wie je ziet: tijdens de lunch op je werk vertel je andere dingen dan tijdens de ‘derde helft’ in de sportkantine of in de pauze van de koorrepetitie. Bovendien, wat in het normale leven niet ongewoon is, een beetje kritisch zijn van ‘zou je dat nou wel doen’, of ‘dat zou ik anders aanpakken’, blijkt op facebook een absolute doodzonde. Onder je facebook-vrienden mag je alleen maar duimpjes omhoog uitdelen; naar anderen, buiten die kring, mag je wel je afkeuring laten merken. Misschien dat ook daardoor kritiek zo negatief en hard wordt: als je elkaar, je bekenden, niet meer mag bevragen, train je ook niet meer hoe je op een vriendschappelijke en open manier kunt aangeven dat je je afvraagt of wat die ander doet nu wel zo goed en aardig is.

E-communicatie is voor mij een gemankeerd medium dat ook altijd aan ‘werk’ gerelateerd is en niet voor de ontmoeting met mensen. Ik denk dat scholieren en studenten dat heel hard geleerd hebben. Er is natuurlijk veel mogelijk met online onderwijs en online vergaderen, ik heb zelf ook online colleges gegeven, en er zijn nog steeds schriftelijke cursussen op allerlei niveau. Maar, jij zelf bent nooit aanwezig, noch als leerling/student, noch als docent, noch als deelnemer aan de vergadering. Als het voor je werk is of je opleiding, is dat wel overkomelijk omdat je daar nooit met je hele zelf aanwezig bent – je bent zoveel meer dan de rol die je vervult op je werk of in de klas. Online ben je altijd bemiddeld en beperkt aanwezig – bemiddeld door de programma’s die jou bij anderen presenteren, beperkt door het beeldscherm dat alleen een gezicht en een stem presenteert. Je aanwezigheid, hoe je erbij zit, hoe gretig je bent als iemand anders wat zegt, hoe je naar anderen kijkt, dat wordt niet gedeeld met de andere deelnemers.

Met enig afgrijzen zie ik dat in de slipstream van corona zorgrobots onder de aandacht worden gebracht. Robots tegen eenzaamheid, zoals in een filmpje van de NOS van een sprekende bloempot tegen de eenzaamheid, of een ander filmpje van wat langer geleden, ook van de NOS, om ouderen een beetje te laten bewegen. Het zijn robots om taken te vervullen waarvoor mensen geen tijd nemen – tijd hébben we wel, maar bepaalde menselijke zaken hebben geen prioriteit, want er is toch wel iets anders dat het gebrek op kan vangen.

Gelukkig zijn er de podiumkunsten en de cafés die alleen maar gelukkige gelegenheden zijn als er mensen in de zaal of de kroeg zitten. We hebben intussen heel wat ervaring en kennis over hoe zo’n virus kan rondspoken. We zijn elkaars gezellen in de maatschappij, en wij kúnnen het gezellig houden met en voor elkaar, niet omdat de overheid het vraagt of moet afdwingen omdat we als kleuters alleen maar ‘nee’ of ‘waarom’ zeggen, maar omdat we het aan elkaar verschuldigd zijn. Hopelijk hebben we dat geleerd.

Posted in Column
Tags: ,