Hans Groen

« | »

zelfgenoegzaamheid

Nederland gaat op slot, langzaamaan. Restaurants dicht, concerten afgeblazen, geen publiek meer bij tv-opnames. “De Wereld Draait Door” ging onwennig verder met de uitzendingen, een beetje zoekend naar de juiste toon en naar wat je nu kunt bieden aan troost in tijden van opgelegde sociale distantie. Ze hadden Floortje Dessing uitgenodigd, die ‘naar het einde van de wereld’ geweest is om mensen op te zoeken die afgelegen, soms drie dagen reizen van de bewoonde wereld, wonen. Ik vond het de meest opbeurende bijdrage die ik gehoord heb. Als je op drie dagen reizen van de bewoonde wereld woont, met slechts een handvol medebewoners op een eiland, moet je zelf genoeg inhoud hebben om overeind te blijven. Met geteem met ‘troost-tv’ en opsommen wat je niet meer kunt doen, kom je er niet. Wat Floortje vertelde over de mensen die zij had ontmoet, straalde alleen maar levendigheid uit.

Zelfgenoegzaamheid is de publieke deugd bij uitstek. Toen ik Floortje Dessing bij “De Wereld Draait Door” hoorde vertellen over de mensen die zij ‘aan het einde van de wereld’ heeft ontmoet, realiseerde ik mij dat ‘zelfgenoegzaamheid’ breder is dan ‘publiek’. Het is een deugd die voor ons verdacht is, het zou inhouden dat je anderen niet nodig hebt, dat je autonoom en autarkisch je eigen leven leidt. Maar elke deugd is het juiste midden tussen extremen: zelfgenoegzaamheid houdt het midden tussen volkomen autonoom en autarkisch zijn en volkomen in de weerspiegeling van anderen leven.

Dat we ons steeds maar spiegelen aan anderen is een probleem. We zoeken houvast aan iets buiten ons, we zoeken erkenning door anderen, we meten ons aan anderen, en dus hebben we nooit genoeg en zullen onze behoeften blijven toenemen; als we onszelf niet genoeg zijn, hebben we nooit genoeg. Uit identiteitspolitiek krijgen we nooit genoeg erkenning en daardoor dienen zich steeds meer groepen aan die luid om erkenning schreeuwen. Uit onze arbeid krijgen we nooit genoeg waardering, en dus blijven we meer produceren om meer te verdienen en commodificeren ons hele bestaan voor een extra centje. Intussen ‘stinken we erin’, sociaal en economisch, en worden we steeds grotere nestbevuilers.

Na de historische toespraak van Premier Rutte verwacht men dat Nederland nooit meer hetzelfde zal zijn. In 1973 sprak Premier Joop den Uyl die verwachting, bijna waarschuwing, ook uit. Den Uyl hoopte op matiging van ons consumentisme en vervuiling – in 1971 was het rapport van de Club van Rome ‘Grenzen aan de groei’ verschenen en had Jan van Hillo’s documentaire ‘We stinken erin’ de boodschap van dat rapport onder onze neus gewreven. Den Uyl, en de regering met hem, hoopte dat we onze levensstijl na de oliecrisis blijvend zouden aanpassen. Maar de oliekraan was nog niet open, of we deden onze (ja, pak maar even het kotsbakje) ’s t i n k e n d e  best’ om de economie weer op peil te trekken.

Het corona virus komt dus als geroepen, toch? We programmeren wat troost-tv op de late avond, een kwartiertje klokken luiden en zoeken naar zin zoeken in de crisis. Maar bedenkt dan de wet van Bob den Uyl: wat je zoekt, dat vind je niet, en wat je wel vindt, dat zocht je niet. Zingeving is net zo contingent als het optreden van het corona virus. Je moet radicaal bij jezelf beginnen, aan je zelf genoeg hebben, aan je eigen kern die niet door anderen wordt bepaald. Als je zelfgenoegzaam bent en blij met wat je gegeven is, loop je niet steeds te zoeken naar meer bezit, meer erkenning en meer zin, maar heb je overvloed om aan anderen te geven.

Het virus lijkt in ieder geval te bewerken dat de ban van het hyperkapitalisme gebroken gaat worden – de beurskoersen zijn gekelderd, er zit weinig winst nog in platformen als airbnb of uber nu het toerisme stil valt, de overheid keert terug als hoeder van het publieke belang door de middelen die ze hééft ook te gebrúiken. De leugen van de ‘trickle down’ idee, dat als een paar mensen rijk worden, iedereen het vanzelf beter zal hebben, wordt eindelijk doorgeprikt. Winstdeling bestaat niet; we delen niet wat we teveel hebben, de geld-economie gaat over luxe, het mechanisme waardoor we méér kunnen bezitten dan wat we nodig hebben.[*] We kunnen alleen delen wat we hebben.[**] We hebben nu heel veel, laten we dan geen zin zoeken, maar delen wat we hebben, dan is er voor iedereen genoeg. Zonder het in alle consequenties te kunnen doorzien op dit moment: als we delen wat we hebben zal via ‘trickle up’ de economie zich misschien herstellen op een schaal die past bij wat de aarde ons geeft.

[*] Dit is wat volgens mij de kern is van wat John Locke over de betekenis van geld zegt: zie The ruminant economy 5 — labour and rest.

[**] Sytze de Vries zei dat in zijn overdenking op 22 maart in de Domkerk naar aanleiding van het verhaal van de vijf broden en twee vissen waarmee Jezus een paar duizend mensen voedt.

Posted in Column