hansgroen.com

« | »

wereldgeschiedenis van nederland

Elke verhandeling over de geschiedenis vertelt ook iets over de tijd waarin die verhandeling geschreven werd. Wat we nú belangrijk vinden, stuurt het verhaal dat we uit het historische materiaal samenstellen. Op dit moment worden we in de publieke discussie bepaald bij de Nederlandse identiteit en de uniciteit van de Nederlandse narratief. Het net verschenen Wereldgeschiedenis van Nederland wil met een wereldperspectief tegenwicht bieden tegen deze bubbel van het publieke bewustzijn. De methodiek van het boek doet mij denken aan de ‘snapshot-geschiedenis’ die P.J. Bouman in Revolutie der eenzamen toepaste. Een paar opmerkingen bij de bedoeling van dit lezenswaardige boek.

Ik heb Canadese geschiedenis over het tijdvak tot 1867 gedoceerd aan de Royal Roads University (BC, Canada). Dat gaat over First Nations, Inuit, Franse kolonisten, Britse kolonisten, het mercantilisme van de Franse minister Colbert onder Lodewijk XIV, de Vrede van Utrecht, over hoe de provincies ontstonden en hoe de emigranten uit Europa zich verspreidden over het land met de handelsposten van de Hudson’s Bay Company als navelstreng. Dat alles om te begrijpen wat in de eerste Canadese Constitutie staat die op 1 juli 1867, in Whitehall (het Engelse Parlement) werd aangenomen en waarmee het ‘Dominion of Canada’ ontstond.

De geschiedenis van je eigen land leert je allereerst over de successen en de pijn die déze groep mensen op dít stuk begrensd land tot hiertoe hebben gebracht. Dat moet wel beschreven worden vanuit het perspectief van déze groep op dít stuk land. Voor Canada begint daar meteen de pijn, want de Canadese geschiedenis wordt niet en kan niet geschreven worden uit het perspectief van de First Nations. Het perspectief van de Engelse immigranten, of de Franse, is evenzeer problematisch, want altijd alleen maar de ene helft. Uiteindelijk werd de eenheid van Canada gesmeed door een spoorlijn door de Rocky Mountains. Zo ontstaat er een gedeeld narratief van de mensen die daar leefden en dat parallel loopt met de vorming van Canada als politieke en maatschappelijke eenheid. Het ‘buitenland’ is nooit ver weg in dat narratief. Zonder de Spaanse successie oorlog had Frankrijk de Noord-Amerikaanse kolonies niet verloren (bij de Vrede van Utrecht). Zonder de Eerste Wereldoorlog had Canada zich als natie militair niet kunnen bewijzen (in de slag bij Vimy Ridge). De pijn van de maatschappelijke en politieke positie van de First Nations blijft onontkenbaar aanwezig in dit verhaal.

Wat het geven van deze colleges mij heeft geleerd, is dat een nationaal, eigen perspectief nodig is om jezelf beter te begrijpen. De ‘vaderlandse geschiedenis’ verklaart en duidt wat de mensen van een land met elkaar hebben. Het is ‘omzien in verwondering’, en dat mag met bewondering voor wat ‘we’ bereikt hebben, maar altijd ook met bescheidenheid als we zien wat ‘we’ verkeerd hebben gedaan. Maar de menselijke neiging is om het punt waar we nú zijn voor uniek en tijdloos te houden. We willen graag de geschiedenis stoppen. Dan zijn er alleen nog maar successen, en verdwijnt de pijn. Dat is denk ik de zorg waaruit ‘Wereldgeschiedenis van Nederland’ is ontstaan. De redactie wil met dit boek vooral het bewustzijn terugbrengen dat de Nederlandse/vaderlandse geschiedenis verweven is met de wereldgeschiedenis en dat er zonder andere landen waarschijnlijk geen Nederland was geweest. Maar is informatie alleen voldoende?

Onze tijdgeest ziet vooral succes, mislukkingen zijn voor ‘losers’. Een mislukt examen is vooral zo onrechtvaardig omdat de scholier zo ontzettend hard heeft gewerkt. In dat klimaat zijn niet velen geneigd wat ze van hun schooltijd herinneren over de vaderlandse geschiedenis te laten corrigeren door deze informatie. Is het niet ook een les uit de geschiedenis dat het verstrekken van informatie bijna nooit het effect heeft dat we verwachten – en vooral hopen, want hoe vaak hoor je niet de verzuchting: “als mensen dit nou eens zouden lézen.”

De wetenschap staat ook nog eens in een verdachte hoek, als een instantie die alles waar je trots op bent, weer onderuit haalt. Nou moet de wetenschap gewoon die vervelende betweter zijn omdat de wetenschap nooit iets voetstoots kan en mag aannemen. Wil de wetenschap effectief zijn, dan moet ze een tactvolle betweter zijn.

In het hoofdstuk ‘1607 – De Beemster en het poldermodel’ wordt de vraag gesteld of ‘polderen’ wel zo uniek Nederlands is. Zuinigjes wordt dan gezegd “Voor wat de vroegmoderne waterstaatswereld betreft valt daar wel iets voor te zeggen.” Dat is nou precies het punt: de waterschappen waren verbanden van de ingezeten om met elkaar ervoor te zorgen dat de polder niet onderliep en voor bewoning en boerenbedrijven geschikt bleef. De waterschappen zijn bestuurslichamen van co-operatie en van onderop. In de politieke geschiedenis is dat wel een unieke ontwikkeling. (En anders hoor ik graag een voorbeeld van eerder en elders, buiten Europa.) In de tijd van de landaanwinning door het droogmalen van de Beemster — een droogmakerij dus en geen polder! – is dat overlegmodel in waterschappen al helemaal ingebed in de bestuurscultuur van de Lage Landen. Dan wordt de vraag naar het typisch Nederlandse van het poldermodel wel wat gekunsteld. De lezer voelt zich dan ook bekocht, als in dat verhaal uiteindelijk haast schoorvoetend wordt gesteld dat “toch wel [kan] worden geconcludeerd dat samenwerking en overleg rondom landaanwinningsprojecten regel waren” (p.212). Het klinkt alsof de schrijver eigenlijk uiteindelijjk liever een andere conclusie had willen kunnen trekken.

Gelukkig is er dan het heel mooi geschreven verhaal over “1815 – Nederland ontstaat uit het ‘concert van Europa’” (van Beatrice de Graaf). Het verhaalt over het succes en de pijn, respectievelijk de internationale spanningen en (geo-)politieke doeleinden waaruit het Koninkrijk der Nederlanden kon ontstaan, en de Belgische opstand het einde bezegelde van de rol die Nederland in Europa was toebedeeld. Dat is een verhaal dat precies doet wat het boek wil doen. Lezen dus!

Huygens Instituut voor Nederlandse Geschiedenis: Wereldgeschiedenis van Nederland. Amsterdam: Ambo/Anthos, 2018.

Tags: