Hans Groen

« | »

wat is ‘vijftien letters’ in het duits?

‘Achtzehn Buchstaben’ is de juiste vertaling. Maar ‘vijftien’ vertaal je toch niet met ‘achtzehn’? Als je ‘vijftien’ wilt behouden, dan wordt het: ‘fünfzehn Lettern’; het Duitse ‘Letter’ duidt de loden letters aan die in de letterbak van de zetter zitten. In het Engels kom je uit op ‘ten letters’, of met een synoniem: ‘eleven signs’. Waarom wordt ‘fifteen letters’ afgekeurd? Omdat dat onwaar is, terwijl ‘vijftien letters’ wel waar is. Tel maar na.

Dit is een eenvoudig voorbeeld van het probleem dat ontstaat als je letterlijk wilt vertalen. Op een triviaal niveau weten we dat ‘ik wacht op de bus’ niet letterlijk, woord-voor-woord, vertaald wordt met ‘I wait on the bus’. Dan beschrijf je namelijk een andere situatie. Om de vertaling te maken, moet je de situatie weten, voorbij de losse woorden. De vraag waarmee ik begon, “wat is ‘vijftien letters’ in het Duits?” is ambigu: je kan ‘vijftien letters’ opvatten als twee losse woorden, of als een zelfverwijzende uitspraak, want de te vertalen zin bestaat uit vijftien letters.

Ik kwam daarop door het recept dat Drs. P geeft voor zijn ‘Ollekebollekes’, 8 regelige versjes met in de zesde regel een zeslettergrepig woord, alles in een strenge dactylus. Ook het recept wordt als ‘ollekebolleke’ gegeven:

Ollekebollekes
De regelzesregel:
Trouw aan
Het zeslettergrepige woord

Nooit in die regel dus
Vijflettergrepigheid
Wee, die zich niet
Aan de voorschriften stoort

Heel fraai, want ‘vijflettergrepigheid’ is een woord dat met zichzelf in tegenspraak is. Die tegenspraak springt er meteen uit omdat alles bij ollekebollekes in zessen gaat.

Zelfverwijzende zinnen en uitspraken kunnen alleen maar waar zijn. Zulke teksten zijn fascinerend omdat ze de idee aanreiken van een taal waarin je niet kan liegen. Bij een zelfverwijzende zin komt de talige uiting volkomen overeen met de inhoud van die uiting. ‘Vijftien letters’ zijn ook vijftien letters. Het is waar, je kan er geen mening over hebben, je kan er niet over debatteren, er is ook geen andere uiting mogelijk. Hoeveel oorlogen zouden niet voorkomen zijn als we zo’n taal tot onze beschikking hadden? Want als we ons in zo’n taal zouden uitdrukken, zouden we alleen maar waarheden spreken die door iedereen onmiddellijk erkend zouden worden en zonder dwang overtuigen.

Religies vinden dit wel een aantrekkelijk idee. Er zijn heel orhodoxe christenen die alleen maar een specifieke editie van de Statenvertaling lezen, die waarin gesproken wordt over ‘die aen de wandt pist’ voor waar we anders zouden zeggen ‘al wat mannelijk is’. Er zijn ook evangelischen die het erop houden dat de King James de enige geautoriseerde versie van de Bijbel is (want Hebreeuws spreekt bijna niemand en het Nieuw Testamentische Grieks is een ‘dode taal’). Maar misschien moeten we helemaal niet vertalen maar de taal van de boodschap zelf leren. Zo dachten de mohammedanen in ieder geval. Hun ‘boek’, de koran, is goddelijke taal en goddelijke boodschap en dus vallen uiting en inhoud van dit geschrift samen. “Het is een onmogelijke taak om de Koran te vertalen naar een andere taal, omdat de bewoording van de Koran in het Arabisch een wonder is. Een wonder dat niet geëvenaard kan worden in een andere taal.” Zo stelt een mohammedaanse webstek.

Het vertalen van teksten die een volmaakte eenheid van woorden en betekenis vormen, confronteert je met gekmakende problemen. Een ware en letterlijke zelfverwijzende vertaling van ‘vijftien letters’ is met ‘letters’ niet mogelijk in het Engels – ‘fifteen letters’ heeft veertien letters en ‘fourteen letters’ heeft er vijftien. Of neem in navolging van Rudy Kousbroek in De logologische ruimte een eenvoudige zelfverwijzende zin als “Niemand gaat natellen dat deze zin zeven a’s bevat, twee b’s, …” en zo verder tot het hele alfabet opgesomd is. Dat is een hele puzzel en kan een enkele reis richting GGZ zijn, want hoe verder je komt, hoe meer je eerdere getallen moet aanpassen, met alle gevolgen van dien. En als je ‘verkeerd’ begonnen bent, kom je er nooit uit. Ritalin noch diazepam helpen dan, dwangbuizen wel.

Wat ook duidelijk is, is dat met zulke zelfverwijzende zinnen maar erg weinig gezegd kan worden. Ook al houd je iets voor direct geschreven door een godheid, als je vervolgens stelt dat het niet vertaald kan worden, zeg je ook dat er maar bar weinig substantie in die tekst zit. Het echte leven is rijker dan wat in onvertaalbare teksten kan worden gevangen. Want wie had gedacht dat ‘vijftien’ in het Duits ‘achtzehn’ kan zijn?

Posted in Column
Tags: , , , , ,