hans groen


« | »

versplinterd spiegelbeeld

Er komen steeds meer partijen in de Tweede Kamer, ook ná verkiezingen als nieuw gekozen partijen door interne ruzies uiteenvallen. Dat schaadt het vertrouwen in de democratie, niet vanwege het aantal partijen, maar vanwege de redenen die hiertoe leiden. Politiek richt zich steeds meer op afspiegelen en niet op representatie.

Het gedoe in Volt, waar één lid van de fractie hardnekkig blijft vasthouden aan het staatsrechtelijk gegeven dat zij zonder last en ruggespraak is gekozen, is op dit moment het meest in het oog springend. Voor het parlementaire werk is het niet goed. En ‘we’ hebben dat niet goed door. Als fracties in de Kamer rollebollend over het tapijt gaan, vaak al kort nadat ze geïnstalleerd zijn, is blijkbaar een basis vaardigheid voor een democratisch proces, namelijk het sluiten van compromissen, afwezig.
Wat er in Zeewolde is gebeurd, laat dan zien dat die versplintering het democratisch proces verder zal afbreken. De gemeenteraad moest daar beslissen over het vestigen van een groot data-centrum van meta (v/h google). Een grote controverse en betrokkenen lieten merken dat zo’n afweging en beslissing eigenlijk boven de macht van een gemeenteraad lag, met vrijwilligers in de raad die zulke grote dossiers niet konden behappen in hun vrije tijd. Toch viel het besluit, ten gunste van meta, waarna bij de gemeenteraadsverkiezingen van maart ’22 netjes werd afgerekend met dat besluit. Waar het om gaat: er is een besluit genomen door mensen die aangeven niet voldoende tijd te hebben om dat besluit te kunnen nemen en te kunnen verantwoorden. De eenpersoons fracties in de Tweede Kamer lijden aan hetzelfde euvel, en zij moeten uiteindelijk besluiten over de kaders waarbinnen Zeewolde over een datacentrum zou moeten beslissen.
Het probleem is dat al die kleine fracties geen apparaat hebben om hun werk voor te bereiden. Daarin verschillen zij van de traditionele kleine partijen als GPV en RPF, de voorlopers van de CU, of de PPR, PSP en CPN die in GroenLinks zijn opgegaan. Die partijen, en ook de SP en de SGP, hebben alle een goed georganiseerd kader waarin jaren van ervaring is gebundeld, al uit de tijd voordat die partijen zich soms afsplitsten een bestaande partij. Ook die kleine partijen waren geworteld in de samenleving op vele niveau’s en zij ontleenden daar hun gezag aan.
Wat deze partijen ook hadden, was dat wij het algemene belang dienden via hun eigen visie en identiteit. Hun identiteit was een manifestatie van iets dat hen verbond als partij. Zij hadden een ‘woord voor de wereld’ of kenden de solidariteit van de arbeidersklasse. Daardoor konden zij vruchtbaar optreden als volksvertegenwoordigers en ook samengaan als identitaire verschillen hun relevantie hadden verloren. Het belangrijkste was, denk ik, dat het partijapparaat, van de lokale afdelingen tot de fractie in de kamer, een doorlopende oefening was in het vinden van een constructieve politieke afweging. Je stemde op een persoon, maar ook op een geheel dat jouw vertrouwen had. In het proces waarin de partij tot een standpunt kwam, waren al heel wat individuele meningen en belangen gemengd en verdund tot een werkbaar standpunt, en daar zag je de redelijkheid van in. Zij mochten namens jou spreken.
De moderne versnippering is die van identiteiten die buitensluitend zijn en die om erkenning schreeuwen. Het parlement wordt een ‘volksafspiegeling’ waarin elke kiezer zich moet kunnen herkennen. Het probleem met mijn spiegelbeeld is, dat het nooit verder springt dan ik zelf spring. Mijn spiegelbeeld trekt mij niet naar onbekende en onverwachte verten; het bevestigt mij alleen maar constant in waar ik nu, toevallig, sta.
Dat is het echte probleem: er is niets te kiezen want al die partijen zijn met niet meer bezig dan de eigen spiegel een beetje bij te stellen of schoon te maken. Een beetje armoede bestrijding, een beetje meer ruimte voor de boeren, een beetje meer ruimte voor diversiteit, een beetje meer Europa, een beetje minder ruimte voor vervuilende bedrijven, toch maar eens naar de Zuid-As kijken of dat allemaal wel zo koosjer is, etc. ‘T is allemaal niet zo spannend – een partij als Volt bijvoorbeeld heeft een duidelijke visie op Nederland in de Europese Gemeenschap, een betrokkenheid die ik van harte toejuich en waarvoor ik ze ook een kamerzetel gun, maar overigens hebben ze een geen programma waar ik nou erg warm van wordt.
Ik ben opgegroeid met een politiek waarin visie belangrijk was en ideologische scheidslijnen fundamenteel waren. De gereformeerden die in het verzet samen met communisten de ‘moffen’ hadden afgeknald, weigerden vervolgens die communisten een zetel in de universiteitsraad van de Vrije Universiteit – hoe je daar ook over denkt nu, men nam elkaars visie heel serieus. En toch, niet veel later nam Ian Paisley plaats in één regering met Sinn Fein, de organisatie die hij met alle middelen een plek had willen ontzeggen – alle middelen, behalve geweld. Als je iets of iemand vertegenwoordigt, voorspraak doet, dan kun je uiteindelijk wel bewegen. In een afspiegelings-democratie zal dat niet meer mogelijk zijn, want identiteiten kunnen geen ruimte maken voor een andere identiteit. Er breken slechte tijden aan voor de democratie waarin ressentiment het wint van verbinding.

Posted in Column
Tags: , , ,