hansgroen.com

« | »

verbondskind

Kerst is een knus en gezellig feest, een feest van de gemeenschap, een feest waarin ieder met anderen samen wil zijn, de hete hangijzers even in de wilgen hangen, en zelfs tegen beter weten in de lieve vrede bewaren. Het is het feest van de authentieke en ware heimwee naar ‘gemeenschap’. Ik heb het alleen niet zo met die ‘gemeenschap’, want gemeenschappen zijn dwingelanden. Dieper, meer, dan de gemeenschap is het verbond – God die met de geboorte van Jezus voor eens en altijd bezegelt dat Hij met ons is.

Als je ‘De ontdekking van de middeleeuwen’ van Peter Raedts leest, zie je dat iedere eeuw zichzelf ziet als resultaat van verval, terwijl die de ware gemeenschap plaatst in een vroegere eeuw. Onze tijd is niet anders – iedereen heeft tenslotte heimwee naar de wereld zoals die was toen je 24 was –, en met die heimwee laven we ons aan communautaire denkers die het gebrek aan gemeenschappen schilderen als het grote manco van onze tijd. Tegelijk brengt Serious Request ieder jaar meer mensen op de been en wordt de opbrengst hoger, schrijven we hele rapporten vol dat mensen zich wel degelijk blijven verbinden met het hogere en met het helpen van anderen. En keer op keer wordt gemeld hoeveel vrijwillerswerk in Nederland gedaan wordt. We hoeven ons helemaal niet druk te maken over de teloorgang van gemeenschappen in de tegenwoordige maatschappij en cultuur. Gemeenschappen zijn springlevend, alleen zijn het vaak niet meer de ónze.
Als de veel geroemde gemeenschappen van de communautaire denkers gedefinieerd worden, krijg je een afschikwekkende lijst van familie, klasse en natie – dictatoriale verbanden die het oneindige recht van het indviduele de grond instampen. Het zijn artificiële verbanden die het individu willen knechten; hun claim op de solidariteit en discipline van ieder lid is grenzeloos. Neem de maffia; neem de geslotenheid van de ‘woonwagenkampen’; neem Nederland waar constant wordt gesteggeld over het aantal paspoorten dat een loyale ‘Nederlander’ kan hebben. Al die gemeenschappen zijn benepen verbanden die aan elkaar hangen van groepssolidariteit, en groepssolidariteit is de andere kant van pesten.
De enige gemeenschappen die er voor ons toe doen, zijn die waarvan je onvoorwaardelijk lid bent, waar mensen onvoorwaardelijk blij met jou zijn, wat je verder ook nog zult doen of worden. Voor de mens zijn er maar twee van zulke gemeenschappen: het gezin waar je in geboren wordt, en dat onvermijdelijk uit elkaar zal vallen als de kinderen groot worden. Dan hebben ze geleerd dat solidariteit een deugd is die geldt voor personen die niet tot de eigen gemeenschap (klasse, familie, natie) behoren.
De enige andere gemeenschap die er toe doet, is die van de gemeenschap van gelovigen, en daarmee bedoel ik gewoon de kerk. Psalm 105, de klassieke doop-psalm, zegt het perfect in de berijming: “’t Verbond met Abraham zijn vrind / bevestigt Hij van kind tot kind.” De geboorte van Jezus bepaalt ons bij dát verbond dat alle verstand te boven gaat en dat ons voorbij alle ‘gemeenschappen’ in de ruimte zet — we behoren elkaar onvoorwaardelijk toe.

(Oorspronkelijk verschenen op CSC-Plein, 24 december 2012)

Tags: