hans groen


« | »

toevallige ontmoeting

De publieke ruimte is het toneel waar we meerdere rollen spelen: ieder speelt toneel en is toeschouwer bij elkaars voorstelling. De dramatische onrust van dit spel is het toevallige van de ontmoetingen en die toevalligheid staat onder druk.

Toevallige ontmoeting als de essentie van de publieke ruimte: refererend aan o.a. Lyn Loflands The Public Realm (New York, 1998) is dat ook het dragende idee onder mijn beschouwingen in “Naar de stad”. Ik las het recent weer in Er was eens een stad (Amsterdam 2021) van Zef Hemel (hij was planoloog bij o.m. de Gemeente Amsterdam en houder van de Wiboutleerstoel aan de UvA), het boek waarin hij zijn idee van een ‘visionaire planologie’ aan ons doorgeeft. Als voorwaarden voor het bevorderen van creativiteit in stedelijke netwerken noemt hij onder andere ”… de frequentie van ontmoetingen en toeval, het belang van ongezocht contact …” (p. 35).

De toevallige ontmoeting, het ongezochte contact, dat is een schromelijk onderschat aspect van ons publieke bestaan, en tevens volgens mij het meest bedreigde aspect. We geven het in ieder geval veel te makkelijk op. Op dit moment wordt het vertoeven op publieke plaatsen en het openstaan voor toevallige ontmoetingen bedreigd door enerzijds de corona-pandemie, en anderzijds de sociale media.

Corona is een probleem voor ons publieke bestaan. Je kunt niet een besmettelijk virus dat de hele maatschappij lam kan leggen gewoon laten rondgaan. Je zult hoe dan ook moeten zorgen dat er redelijkerwijs zo min mogelijk overdracht van het virus tussen mensen is en dus moet je de contactmomenten inperken, zelfs rigoureus als het echt moet. Tegelijk komt dat voor sommigen die vinden dat we te massaal leven wel heel goed uit. Rudi Westendorp (geriater in Denemarken) noemde in de Volkskrant van 20 oktober 2020 corona een ‘soa’, een sociaal overdraagbare aandoening. Ons sociaal leven zal niet meer worden zoals het was, zoals hiv seks heeft veranderd, zo zegt hij. Een internationaal congres met 1000 of 10.000 wetenschappers in bijvoorbeeld Amsterdam kan niet meer, zo is de boodschap. Het is allemaal ‘sociale promiscuïteit’, zo noemt hij het letterlijk, en dat moet maar eens ophouden. En we zien het resultaat, want ‘de nacht’ is nog steeds op slot en creativiteit om iets mogelijk te maken wordt niet gewaardeerd (‘de burgerman is de baas’ zoals Floor Rusman opmerkt in NRC van 16 januari 2022). Toevallige ontmoeting is onzedelijk.

Het mijden van plekken waar de toevallige ontmoeting gebeurt, wordt door de sociale media – o tegenspraak – gestimuleerd en dichterbij gebracht. Met ‘zoom’ en ‘teams’ hoeven we niet meer bij elkaar te komen. We hoeven alleen maar beeld en geluid te zien, we hoeven de aanwezigheid en nabijheid van de ander niet te ervaren. En straks met ‘metaverse’, fka ‘facebook’, verschijnt die ander alleen nog maar als zorgvuldig gekozen avatar. Contact via beeldscherm en microfoon scheelt ook nog eens C02, want we hoeven niet meer naar elkaar toe te komen per auto, trein of vliegtuig. ‘Echte’ ontmoeting kraaien de ontwerpers van de sociale media en sociale apps – want het is ‘ontmoeting’ zoals de sociale media het definieert. De echte, lijfelijk voelbare ander, is niet alleen onrein, maar ook overbodig. Toevallige ontmoeting is onnodig.

We weten dat kinderen het resultaat zijn van ‘onbeschermde seks’ en dat scholieren snakken naar gewoon les in de klas met hun vriendjes en vriendinnetjes samen. Maar als de reinheidstechnocraten en de sociale media het voor het zeggen krijgen, zullen we straks niet meer zonder tussenkomst van hun medium met anderen in contact staan. Wat we dan overigens besparen aan reiskosten wordt opgeslorpt door de datacentra die de ‘metastase’ van ‘metaverse’ bewerken en ons, lichaam en ziel, in hun projecties gevangen houden. Het beslag dat onze behoefte aan energie legt op onze leefomgeving wordt er waarschijnlijk niet veel minder op. Maar dat is een andere discussie.

Naderen we het einde van maatschappelijk ontmoeting en het stadsleven als gevolg van de opkomst van sociale media en de sociale reinheidscultus die met corona dreigt te beginnen? Ooit een echt mens ontmoet? Was dat even schrikken! Waarom laten de de ander zo makkelijk onrein en overbodig verklaren zodat we hem of haar nooit meer tegen het lijf lopen? Het is de taak van de mens om aan zijn eigen stad te blijven doorbouwen en van die stad een ontmoetingsplaats te maken. De onvoorspelbaarheid die inherent is aan publieke ontmoeting zal denk ik, hoop ik, voorkomen dat deze technocratische distopie uiteindelijk zal doorzetten. Ruimte voor het toevallige en openstaan voor wat je niet zoekt, levert diep-menselijk bevrediging en levensvreugde op. De planoloog, Zef Hemel dus, die ervoor kiest om het toevallige en ongezochte van de stadse ontmoetingen te honoreren, geeft het noodzakelijke tegengeluid dat we nodig hebben.

Posted in Column
Tags: , , , ,