hansgroen.com

tolerantie

In de tweede helft van de jaren ’90 van de twintigste eeuw was tussen het Oostelijk Havengebied en het Centraal Station in Amsterdam een zogenaamde tippelzone met ‘afwerkplaats’ gevestigd. Veelal aan heroïne verslaafde prostituees konden hier hun klanten oppikken en ‘afwerken’; ze konden condooms en schone spuiten krijgen en hadden ook nog een plek om even bij te komen. Zo zouden deze door hun verslaving heel kwetsbare prostituees wat veiliger kunnen werken en eventueel een beroep kunnen doen op hulpverlening.

De idee erachter lijkt heel realistisch: prostitutie bestaat, heroïne verlaving bestaat, dus creëer een plek waar een en ander enigszins gecontroleerd plaatsvindt zodat ook eventuele overlast binnen de perken blijft. Als je ‘s avonds dan tussen station en huis fietste en de rijen auto’s langs ziet rijden, en ‘s ochtends vroeg nog een paar late meisjes uit de bekende dure donkere leasebakken ziet stappen, heb je het gevoel dat dit hele gebeuren volksverlakkerij is. Want wie zijn het meest geholpen? Allereerst de pooiers, want die maken meer winst omdat de meisjes geen dure huisvesting nodig hebben. Dan de klanten, die krijgen goedkoop en schoon plezier. En de meisjes? Die blijven prostituee en die blijven verslaafd. De uitbuiter profiteert, het slachtoffer blijft slachtoffer.

De verplaatsing van huis naar station en terug confronteert je zo met de leuke en de minder leuke kanten van het stadsleven. Vanaf het eiland, waar je een soort permanent vakantiegevoel hebt terwijl je toch midden in de stad woont, langs de zelfkant van de stad, naar een heel ander hoogtepunt in het stadsleven, het station. De stad is de ontmoeting met het vertrouwde en eigene, met het afstotelijke en misschien beangstigende, en met het vreemde en onbekende.

[De tippelzone is eerst verplaatst naar het westelijk havengebied van de stad en inmiddels opgeheven. De pakhuizen die er stonden, zijn gedeeltelijk afgebroken en er staan nieuwe kantoren, een hotel, een nieuwe cruiseschip terminal, en woningen. Binnen krap tien jaar is het gebied van zelfkant een hotspot geworden.]