Hans Groen

« | »

slavisch of slaaf: antonin dvoraks ‘uit de nieuwe wereld’

Ik studeerde nog, het zal dus rond 1980 of zo geweest zijn, toen op de radio het largo uit de negende symfonie van Antonin Dvorak klonk, gevocaliseerd gezongen door een vrouwenkoor. Nou hou ik niet echt van puur vocaliseren, en als het door een vrouwenkoor wordt gedaan, ervaar ik het vaak als hysterisch (sorry dames), maar hier zat nog een ander ongemak: het waren bewerkingen die door vrouwen in een jappenkamp waren gemaakt om wat te doen te hebben, wat vreugde te brengen en troost te geven.

Het is ongelofelijk knap en lief om in zo’n tijd de kracht van de muziek aan te boren en met elkaar te zingen en de vrouwen kunnen dankbaar zijn dat er onder hen een paar waren die het muzikale geheugen hadden om die muziek met elkaar te delen, want er zijn heel wat stukken zo gearrangeerd. Dat is mijn punt ook niet. Het gaat mij om dat largo uit de ‘Nieuwe wereld’-symfonie van Dvorak, want dat werd en wordt biezonder gewaardeerd, begrijp ik.

Dvorak gebruikte First Nations melodieën voor die symfonie. First Nations en de kolonisatie van het Amerikaanse continent is een bittere geschiedenis voor de First Nations – de protesten bij Wounded Knee waren in 1973, die had ik al bewust meegekregen. Geïnteresseerd als ik was in muziek, wist ik ook dat Dvorak een paar jaar in de VS had gewerkt, maar was teruggegaan omdat hij er alleen maar ongelukkiger werd. Maar er was iets anders waardoor ik mij er ongemakkelijk mee voelde dat ik luisterde naar een bewerking uit het jappenkamp van muziek waarin een Tsjechische componist muzikaal materiaal van de First Nations had gebruikt.

Ik heb een jaar in Toronto gestudeerd en 3 jaar in Vancouver, BC, gewoond en kan meevoelen met wat Antonin Dvorak in New York ervaarde. Hij was uitgenodigd door het conservatorium van New York met de opdracht richting te geven aan de ontwikkeling van een eigen Amerikaanse volksmuziek. Ik hoorde dat in het programma Discotabel (31 mei 2020) waarin drie Tsjechische componisten centraal stonden die in de tweede helft van de 19de eeuw actief waren: Bedrich Smetana, Antonin Dvorak, en Leos Janacek. Luisterend naar die aflevering, vielen dingen op hun plaats.

Smetana, Dvorak en Janacek zijn Slavische (‘slaven’) componisten uit een tijd dat het Habsburgse rijk als een EU avant la lettre in Midden Europa de lakens uitdeelde, waarbij de Duitstalige Oostenrijkse cultuur de hegemonie had – Bedrich Smetana sprak zelf niet eens Tsjechisch en had ook nog een tijd in Zweden gewoond, en toch ging hij aan de gang met het scheppen van een Tsjechische cultureel-muzikale identiteit. Hij nam een traditioneel Zweeds liedje als thema voor zijn ‘Die Moldau’ (die melodie kwam later overigens terug als het Israelische volkslied).

Ook Dvorak hield zich bezig met de traditionele Tsjechische muziek, getuige veel van zijn op folklore geënte Tjsechische dansen, en daardoor werd hij gevraagd om dat ‘kunstje’ in Amerika uit te halen. De Verenigde Staten snakten naar een eigen culturele en muzikale identiteit. Het was de tijd dat in het ‘concert van Europa’ de nationale identiteiten werden uitgevonden en aangescherpt, en de andere kant van de oceaan wilde daarin niet achterblijven. In die tijd bijvoorbeeld stuurde ook de Canadese regering in Ottawa ambtenaren naar Otto von Bismarck in Pruisen om meer te weten over de ‘innere Kolonisation’, zijn visioen om Pruisen naar het oosten uit te breiden. De vier provincies van Canada zagen voor zichzelf ook zo’n ‘innere Kolonisation’ naar de westelijk kant van hun continent.

Murabile dictu: Dvorak vond dat juist de muziek van de First Nations en van de zwarte slaven, de spirituals, de volksmuziek was die moest worden gekoesterd. ‘Go down Moses’ komt terug in Dvoraks ‘Amerikaanse strijkkwartet’. Een First Nations lied is het thema van het largo van de negende symfonie. Dat largo is in het jappenkamp bewerkt voor vrouwenkoor. En recent is het weer in de belangstelling gekomen vanwege 75 jaar einde van de Tweede Wereldoorlog. Prachtig, troostrijk, zeker. De geschiedenis gaat heel kronkelige en duistere wegen; ik houd een ongemakkelijk gevoel als de vroegere koloniale onderdrukkers voor henzélf een traantje wegpinken als zij nú deze muziek zingen die door de mensen die zij onderdrukt hebben, is gecreëerd. Waar denk je dan aan? Het jappenkamp voor vrouwen, het racisme en ‘black lives matter’ in de VS, of de armoede in de First Nations ‘reservaten’ in Noord Amerika?

Tags: , , , ,