hansgroen.com

« | »

radenrepubliek en politieke vernieuwing

Honderd jaar geleden leek Duitsland op weg naar een communistische radenrepubliek. Op 15 januari 1919 eindigde de revolutie definitief met de moord op Rosa Luxemburg en Karl Liebknecht. Het is het terrein van de ‘ungeschehene Geschichte’ om te speculeren over hoe de wereld eruit had gezien als die moord niet gebeurd was en de revolutie in Duitsland was geslaagd. Het was wel een serieus voorstel voor politieke vernieuwing.

Nu we weten hoe het met de Sovjet Unie en de Duitse Democratische Republiek is vergaan, hoeven we niet erg rouwig te zijn om het sneven van revolutiepogingen in 1918 in Duitsland (en Nederland, met Troelstra). Als ik de onmenselijke kanten van het communistische politieke en maatschappelijke systeem even tussen haken zet, zie ik een concreet voorstel voor een andere inrichting van de maatschappij en de economie dat ook gewerkt heeft.

Mensen hebben geleefd in de DDR, zijn verliefd geworden, hebben kinderen gekregen, zijn ziek geweest, hebben vakantie gevierd, etc. Ze hebben ook moeten leven met de contingentie van de geschiedenis, zoals Klaus Kordon in de eerste delen van zijn roman Krokodil im Nacken beschrijft. En je zou zelfs nog bijna heimwee krijgen als je de film Coming Out ziet die net voor de val van de muur in Oost Berlijn in clandestiene homobars is geschoten en pas gemonteerd was toen de Wende voltrokken was. Ondanks de krokodil in hun nek, zijn mensen óók gelukkig geweest – toen het Volkspalast in Berlijn werd afgebroken om plaats te maken voor een pastiche van het verleden, klonk ook de klacht: “Ik ben hier wèl getrouwd, moet ik dat nu wegstoppen?”

Dat is de bittere kracht van het communistisch model geweest. Het was een model dat ook werkte en dat met zijn aspiraties inspireerde om de onrechtvaardige of gewelddadige kanten van het westerse, kapitalistische systeem aan de kaak te kunnen stellen. Wat we nu zien, is dat alle voorstellen voor een betere, rechtvaardigere wereld gecoöpteerd zijn met het monetaristisch kapitalisme (aka ‘neo-liberalisme’) dat sinds 1980 de lijnen voor de discussie uitzet. Binnen die kaders is (economisch) eigenbelang het hoogste goed en worden banden van solidariteit systematisch afgepeld. Eerst in de maatschappij zelf, en  nu in het veld van de internationale verhoudingen. ‘America first’, kwijlt een president die probeert alle bestaande samenwerking tussen staten op te blazen. ‘Brexit’ is het geteem van Engeland (nee, niet het VK), terwijl het over de belangen van Schotland en Ierland heen walst en zich autark waant. Polen, Hongarije en Italië opteren voor een eigen economisch beleid, los van de verplichtingen van de Europese Gemeenschap die hen heeft gemaakt tot de welvarende land dat ze zijn. Politiek wordt afgestemd op wat grote internationale bedrijven zouden kunnen gaan doen. En we hebben dan wel niet de krokodil van de Stasi in onze nek, maar ontelbare krokodillen van google, facebook, twitter, etc.

Collectiviteiten en banden van solidariteit kunnen knellend zijn en gewelddadig tegenover het individu – het communistische maatschappijmodel is natuurlijk een schrijnend voorbeeld daarvan. Maar bevrijding van die banden is zinloos als dat betekent dat alle solidariteitsbanden als zodanig worden verbroken en dat nieuwe banden alleen nog maar met je gelijken, met je eigen nationale en etnische groep worden gevierd. Dat vind ik het onbegrijpelijke van hoe mensen en overheden nu opereren. Waarom is  het geborneerde eigenbelang nu maatgevend voor wat we van de mens kunnen verwachten, en niet de talloze voorbeelden van spontane en authentieke betrokkenheid en mededogen met vreemden – onze hele maatschappij van crèche, school, ziekenhuis en verpleeghuis, draait daarop. Het defaitisme van ‘het hemd is nader dan de rok’ is wel erg makkelijk om je ermee vanaf te maken. De mens heeft meer in zijn of haar mars dan een niet eens dierlijk egocentrisme.

Kapitalisme of communisme: wat op het spel stond, zo rond 1900, was een antwoord op de vraag wie die mens was en wat gepast was voor die mens als mens; wat was menswaardige arbeid, een menswaardige verdeling van inkomen en macht. De mens die niet vervormd is door de maatschappelijke verhoudingen, maar nog open om een samenleving in te richten, daar begon het mee en daar moet het weer mee beginnen.

Tags: