Hans Groen

« | »

ons agrarisch waterhoofd

Zo rond 1200 werd Quangzou de meest belangrijke havenstad in China. De provincie Fujian profiteerde van de toenemende welvaart, zo schrijft Valery Hansen in The Year 1000. De bevolking kon zo stoppen met zelfvoorzienende landbouw. “They discovered that they could make more money if they cultivated cash crops […] They came to purchase food for their families at local markets […] Many gave up agriculture altogether.” [*] Het lijkt een wetmatigheid: als de welvaart toeneemt, neemt de boerenstand in aantal af.

De boeren in Fujian gingen niet met hun trekkers, als ze die gehad hadden, naar Guangzhou om te demonstreren, ze gingen een ander vak doen. In het licht van de geschiedenis zijn trekker-protesten op het Binnenhof en bij provinciehuizen tekenen van een zieltogende groep, nog afgezien ervan dat die trekker nu juist mede de oorzaak is van de situatie waarin de boeren in Nederland, en elders in het rijke deel van de  wereld, zich bevinden. In de Noordoostpolder werden er per boerderij nog een achttal landarbeidershuisjes gebouwd. Die waren al bijna overbodig toen de boerderijen opgeleverd werden en in de Flevolanden stonden die huisjes niet meer op het menu. De trekker had niet alleen het paard, maar ook de landarbeider overbodig gemaakt.

Rond 1200 konden de Chinese boeren wel een inkomen groeien uit ‘cash crops’, commodities, bulkgoederen. De Nederlandse boer ervaart nu dat dat niet meer kan; de melkveehouder en de varkensboer zitten in hetzelfde schuitje als de koffieboer elders. Bulk is goedkoop, goedkoper, en zo zit de boer met zijn gigantische trekker in hetzelfde schuitje als de koffieboer: 2% van de waardeketen van koffie is winst voor de ‘Juan Valdéz’ in Colombia of Ethiopië. Voor je litertje melk zal het niet veel anders zijn, maar voor de melkveehouder in Nederland is er geen ‘Max Havelaar’ keurmerk voor een eerlijke melkprijs.

Dat zou die boer misschien wel willen, maar als 75% van de Nederlandse agro-productie geëxporteerd wordt, weet je ook dat als 75% van de boeren moet ophouden, Nederland nog steeds genoeg produceert voor onze eigen eettafel. Dat zonder Nederlandse boeren Nederland honger zou gaan lijden, is een leugen. Afrikaanse landen zouden beter af zijn: Nederland is top exporteur van kippenvlees bijvoorbeeld en mede daardoor eet Afrika geïmporteerde kip, in plaats van hun eigen kippen van hun eigen boeren.

Nederland heeft een agrarisch waterhoofd, zoals IJsland in 2008 een financieel waterhoofd bleek te hebben. Biotechnologisch is het een ongelofelijke prestatie om met de opbrengst van een postzegel aan land de tweede agrarische exporteur te zijn, met alleen de VS, ter grootte van een planovel dollarbiljetten, boven je. Die vorm van landbouw is overigens heel slecht nieuws voor stiertjes, bokjes, haantjes, en alles van het mannelijk geslacht dat geboren wordt – voor ongeveer elke legkip is één haantje verhakseld, om het maar niet te hebben over stiertjes en bokjes. Die industriële landbouw is alleen wel de manier waarop we de supermarkten aan de wensen van de consument kunnen laten voldoen en de ondernemer-boer een inkomen kan genereren.[**]

Die boer-ondernemer op zijn trekker moet je gewoon beschouwen als de industrieel die hij of zij is, vergelijkbaar dus met Hoogovens en Chemelot. En dus valt die eerder onder regiem van de industrie wat betreft uitstoot van verontreinigende stoffen. Lijkt mij dat zij zich beter kunnen aansluiten bij VNO-NCW. Wil je dat niet, dan moet je iets anders gaan doen. Geen bulk productie voor de export, maar genoeg goede producten voor de lokale markt en wat specialiteiten voor de export, want ook elders wil men wel een plakje Goudse kaas. Dan blijft er nog genoeg export over. Want sinaasappels groeien hier niet, en pootaardappels zijn weer onze niche.

Wat geen leugen is, is dat die boer existentieel verknocht is aan zijn arbeid en zijn grond – opa, overgrootvader boerde al op dit plekje. De pijn van de boer is dat die weliswaar iets anders zou kunnen doen, maar niet iets anders kan zijn. Als we de boeren dankbaar moeten zijn voor het voedsel dat zij produceren, laten we dan zorgen dat wij in Nederland eten van de opbrengst van ons eigen land, alleen importeren wat wij zelf niet kunnen groeien en alleen exporteren waar anderen behoefte aan hebben maar niet goed kunnen groeien. Dan kunnen wij ook weer een half haantje bij de snackbar halen, en gaan de mensen in Afrika weer hun eigen kippenvlees eten in plaats van diepvries uit de Nederlandse megastal. Maar dan zal het aantal boeren wel gedecimeerd zijn, onvermijdelijk. Wen er maar aan, het is nooit anders geweest.

* Valery Hansen: The Year 1000, Viking UK, 2020, p. 216

** De industrie en marketing spelen hier natuurlijk een rol, maar niet exclusief. Eetgewoontes zijn het resultaat van talloze factoren, waarbij smaak en gemak van de consument zelf ook sturend zijn. Of gezondheid: met het taboe op vet maakt Arla bijvoorbeeld ‘biologische yoghurt’ met maiszetmeel als vervanger voor het vet-gevoel, sorry, mondgevoel. En wij maar vechten tegen obesitas.

Posted in Column
Tags: , , ,