hansgroen.com

« | »

natuurwetten van het fietsen

Wat je ook over de vrijheid van de wil mag denken, de handelingen van mensen zijn aan natuurwetten onderworpen. Zo ongeveer begint Immanuel Kant zijn “Idee zur einer algemeinen Geschichte”. Ook (zelfs?) fietsers zijn aan die natuurwetten onderworpen.

1ste natuurwet: Aantrekkingskracht

Voor je op het fietspad rijdt een man van ongeveer 70+. Jij rijdt natuurlijk sneller, dus je gaat hem inhalen. Op het moment dat je voorwiel langs zijn linker achterwiel gaat, beweegt hij naar links. Jij in de remmen dus. Vrouwen, tot de leeftijd dat ze niet meer kunnen fietsen, hebben geen last van deze aandoening.

2de natuurwet: links = rechts

Je rijdt op een fietspad waar ook voetgangers lopen. Vóór je lopen twee mensen naast elkaar, zij gaan in jouw rijrichting. Het fietspad is te smal om er langs te gaan. Je belt. Geen resultaat. Je belt nog eens. De mensen kijken om. Nu gaat de persoon die links loopt naar de rechter kant van de weg, en de persoon die rechts loopt naar de linker kant.

3de natuurwet: tegenwind

Op de fiets heb je altijd tegenwind … zegt men. In de tijd dat ik in Diemen woonde en drie, vier keer per week naar de Vrije Universiteit in Buitenveldert fietste, bleek deze ervaringswijsheid natuurlijk niet waar: er zijn heel erg weinig dagen waarop het ‘s ochtends uit het westen waait en ‘s middags uit het oosten. Maar, als de wind uit het zuiden of noorden waait, heb je op een oost-west route kans dat je tegenwind ervaart, zelfs als je de wind een beetje schuin mee hebt — een mathematisch te berekenen effect: de tegenwind die je ervaart is de resultante van de feitelijk wind en de rijwind die je maakt door je snelheid.

Tags: