hansgroen.com

« | »

mooie toekomst – voor of achter ons?

Ik vond de opening van 2013 op het CSC-Plein met de column “Leven na de desillusies” deprimerend. Ik snap het ook niet. Al jaren lang wordt in allerlei studies verhaald hoeveel vrijwilligheid er in Nederland is, hoeveel mensen voor elkaar doen in de buurt, wat er groeit aan initiatieven die een alternatief zijn voor bureacratische en kille organisaties in zorg en onderwijs, maar als de CSC-clubs bij elkaar zijn, luisteren we met ernstige gezichten hoe het “Bowling alone” realiteit is en het sociale kapitaal als beurskoersen verdampt.

Goed, cultuurpessimisme is veel leuker om te lezen en om aan te horen dan optimisme. Maar het gaat ook vervelen. Sinds ik in 1993 betrokken raakte bij toen de Stichting Doorwerking, heb ik horen praten en discussiëren over het zoeken naar de sociale kwestie en over het vinden van onze relevantie. Constant op zoek naar en iets proberen te vinden. Onderwijl is het CDA irrelevant geworden omdat het zich heeft laten gedogen door onversneden nihilisme (ik kan het niet anders zien!), en zijn traditionele maatschappelijke instituten van onderwijs, zorg en huisvesting ten prooi gevallen aan fraude en zelfverrijking. En toch zijn er steeds weer de verhalen van daadwerkelijke inzet en daadwerkelijk anders aan de slag gaan – “Loslaten, vertrouwen, verbinden” van Jos van der Lans, nota bene mede door Socires geïnitieerd; “Eigentijds idealisme” van Gabriël van den Brink. Waarom lukt het ons dan niet dat op te pikken en vrolijk en uitnodigend aan 2013 te beginnen?

Laat ik eens een knuppel in het hoenderhok gooien. We houden ons teveel bezig met christelijk-sociaal als identiteit. En daar is niet zo veel eer aan te behalen, want we hebben geen flagrante onrechtvaardigheden en bouwfouten in onze maatschappij waardoor mensen verhinderd worden hun talenten te ontplooien en maatschappelijke zichtbaar en actief te zijn. Alleen ‘illegalen’ zijn de werkelijk buitengeslotenen en rechtelozen – voor statenlozen gelden mensenrechten nog steeds niet, en het cynisme ten top is dat ‘illegalen’ ook nog eens strafbaar gesteld kunnen worden.

Christelijk-sociaal slaat allereerst op kwaliteit: de kwaliteit van de organisatie, en meer nog, de kwaliteit van de samenleving die jij voor ogen hebt. Dat inspireert om die zaken aan te pakken die jij belangrijk vindt, op een manier die jij ten volle kan verantwoorden.
Ik denk dan aan een Stichting Present, Youth for Christ met jeugdprojecten in Amsterdam en Den Haag (en ik denk ook elders), het Leger des Heils, en ook bijvoorbeeld de Regenboog Groep. Het zijn niet die clubs die warm lopen voor gezamenlijke agenda’s en structurele hervormingen van het institutionele maatschappelijke kader in Nederland.

De knuppel die ik in mijn handen heb, is dat we in het CSC te maken hebben met een kloof tussen systeem-organisaties en leefwereld-organisaties. Veel organisaties hebben een systeem-identiteit, zijn statutair christelijk-sociaal en meten hun identiteit aan de eisen binnen het bestuurlijk-politieke systeem. Die systeem- en bestuurders organisaties maken zich zorgen om afnemende relevantie en wegspoelen van sociaal kapitaal. De leefwereld-organisaties zien dit probleem niet, omdat zij daadwerkelijk relevant zijn en sociaal kapitaal genereren en voeden. Er liggen vanuit de leefwereld bruggen over die kloof – ik denk bijvoorbeeld dat de EO zo’n brug is, sterk geworteld in de leefwereld, met nu een stevige verbinding in het systeem. Wie slaat een brug vanuit het systeem? Dat is wel heel eng, want het vergt meer dan het “overlopen naar de barbaren” dat Erik Borgman ons in 2010 voorhield; het is het verliezen van een bestuurlijke identiteit. Maar je wint een levende identiteit.

(Oorspronkelijk verschenen op CSC-Plein, 21 januari 2013)

Tags: