Hans Groen

« | »

je moet zorgen dat mensen deugen, rutger bregman!

De meeste mensen deugen, gelukkig wel. Dat weerlegt niet dat de mens ook geneigd is tot alle kwaad. Het onverklaarbare is dat beide oordelen naast elkaar gerechtvaardigd zijn. Je komt er ook niet uit als je alleen kijkt naar wat of hoe de mens ís want de onmiddellijke ervaring geeft beide kampen gelijk.

Dat mensen onder het laagje vernis van de beschaving in wezen slecht zijn, wordt al zolang de mens bestaat gezegd, met aantoonbaar bewijs uit onze ervaring. We zien zelfs de onmogelijkheid van beter gedrag als we naar de dieren kijken. Zet ratten in een te kleine ruimte en ze worden agressief tegen elkaar. Vandaar dat als er te veel mensen bij elkaar wonen, de agressie toeneemt; zo zitten mensen nu eenmaal in elkaar. Alleen vertelt niemand door dat diezelfde ratten als het nacht wordt in hun te kleine terrarium dicht tegen elkaar aankruipen als ze gaan slapen.[*] We onthouden liever dat die ratten agressief worden. Dat is ook waar Bregman zich terecht tegen keert: we beschouwen de slechte kant van de mens als primaire werkelijkheid van de mens. Laat een groep tieners aanspoelen op een onbewoond eiland en het gaat natuurlijk mis – zoals in The Lord of the Flies van William Golding beschreven is. Geïnspireerd door R.M. Ballantynes The Coral Island and a Tale of the Pacific Ocean (1858), waar gestrande jongens wel vreedzaam bleven leven, wilde Golding beschrijven wat er ‘echt’ gebeurd was.[**] Zo is ook jarenlang aangenomen dat de tienduizenden bewoners van Paaseiland aan ecologisch wanbeheer en onderling geweld ten onder zijn gegaan. In werkelijkheid waren er waarschijnlijk ongeveer 2000 bewoners toen het eiland ontdekt werd, in 1722, die er pas sinds 1100 eeuwen woonden, in goede gezondheid en in vrede. De komst van het pokkenvirus in 1862 luidde de ondergang van de bevolking in.[***]
In de Tweede Wereldoorlog hadden we gezien waartoe mensen in staat waren bij het opvolgen van bevelen. Gewone mensen lieten zich ertoe aanzetten andere mensen uit te roeien, zoals je muggen met de spuitbus doodt. Eichman was natuurlijk het banaalst: deze man die net zo goed je buurman had kunnen zijn die tijdens je vakantie je planten water geeft, de brievenbus leegt, en het kanariekooitje schoonhoudt, als organisator van de moord op het Joodse volk? Maar er waren te veel helpers die aan dit systeem willens en wetens hebben meegeholpen.
Na de oorlog was er dus de grote vraag: hoe ver gaat de menselijke gehoorzaamheid aan autoriteit, gaan mensen inderdaad ‘tot het gaatje’. Het geweld in het Stanford Prison experiment van Philip Zimbardo, of de dodelijke stroomstoten in het leer-experiment van Milgram waren niet spontaan, omdat het hier ging om onderzoek naar sociale controle en persoonlijke macht, om de ondertitel te gebruiken van een leerboek van diezelfde Philip Zimbardo dat als veelzeggende titel heeft: Influencing Attitudes and Changing Behavior (1969). Het ging helemaal niet om de vraag of de mens in wezen deugt, maar om de vraag hoe je de mens ertoe brengt wandaden te verrichten. En ja, we kunnen het in principe allemaal – jij, lezer, natuurlijk niet, maar wees niet verbaasd als je buurman er wel voor valt.
Hoever mensen meebuigen merkte ik tijdens mijn studie. We hebben met een werkgroep sociale psychologie het experiment van Solomon Asch (uit 1956) herhaald. Proefpersonen worden gevraagd aan een test over waarneming mee te werken, steeds in groepen van 8 personen. Zij moeten aangeven welke van drie lijnen even lang is als een standaardlijn. De bordjes met die lijnen staan ongeveer 3 meter uit elkaar. Ik geloof dat er achttien vergelijkingen waren. Een aantal keren geeft de eerste van de groep een fout antwoord – het is natuurlijk heel duidelijk dat het antwoord fout is. Nummer twee geeft hetzelfde foute antwoord, totdat nummer 7, het eigenlijke proefkonijn, moet antwoorden. Gaat hij mee, of houdt hij of zij de eigen perceptie aan. Als hij zijn eigen waarneming volgt, krijgt hij nog een optater van ‘proefpersoon’ nummer acht die weer het foute antwoord geeft. Ongeveer 30% gaat één of twee keer mee met de foute antwoorden. Alle proefpersonen zijn zichtbaar van slag na de sessie (we hebben ze goed bijgepraat).
Of die mens nu wel of niet deugt, is niet erg belangrijk. We deugen en tegelijk kan onze ondeugd heel makkelijk uitgenodigd worden zich te manifesteren. Wat de mens ís, is wat we die mens willen laten zijn. De vraag is dus niet of de mens deugt, of dat die slecht is, maar hoe je ervoor zorgt dat die mens deugt. Dan heb je het over wat Alisdair MacIntyre in After Virtue schreef over ethiek: ethiek is de tuchtmeester om de mens te verheffen tot hoe die mens bedoeld is. Als je plat uitgaat van hoe de mens ís, zal de mens nooit beter worden, want de ondeugd blijft zich verstoppen om de hoek. Je kunt alleen deugen als je geleerd hebt de ondeugd te herkennen en te vermijden.
Het kwaad, de ondeugd, blijft het grootste raadsel voor de mensheid. Als de mens ‘gewoon plat’ deugt, schrijf je in feite de mens die niet deugt af. Dat leidt tot verharding in bijvoorbeeld het strafrecht en ook tot verharding in de maatschappelijke discussie want mensen die deugen kunnen het toch niet met elkaar oneens zijn – dan moet één kant toch niet deugen! Stellen dat de mens deugt, leidt tot de grootste ondeugd.

[*] Helaas kan ik in mijn archief niet het artikel vinden waarin ik dit gelezen heb. Wie helpt mijn herinnering?
[**] In 1966 werden 6 jongens uit Tonga na 15 maanden werden gevonden nadat ze vermist en opgegeven waren, in gezondheid (naar omstandigheden) en vrede. Rutger Bregman schrijft ook over dit waargebeurde geval in zijn boek.
[***] Zie Rutger Bregman: “Wat er echt gebeurde op het mysterieuze Paaseiland” De Correspondent, 6 november 2017.

Tags:
Onderwerpen: deugd, het kwaad, Rutger Bregman