hansgroen.com

« | »

immigratie vereist een andere houding

Laten we als voorbeeld eens naar Achmed kijken. Hij woont in een dorpje in het Rif-gebergte in Marokko. Hij is 49 jaar, heeft lagere school en beroepsonderwijs gevolgd en heeft nu een winkeltje. Hij zou naar een ander land willen emigreren om zijn kinderen een betere toekomst te geven, want in het dorp zijn er nu niet veel mogelijkheden om je te ontplooien.

Een oud-oom van hem woont al ergens in een ander land. Hij laat nakijken of Achmed een kans maakt om daarnaartoe te emigreren. Hij heeft 67 punten nodig volgens het systeem van dat land. Hij haalt slechts 51 punten, gezien zijn opleiding, werkervaring en leeftijd. Dat die oud-oom al in dat land woont, scheelt nog wel iets. Maar, aangezien Achmed niet de taal van dat land spreekt, loopt hij 16 punten mis. Als hij die taal vloeiend zou hebben gesproken, zou hij genoeg punten hebben.
Hoe leer je een taal in één jaar? Als hij 50 jaar wordt, verliest hij twee punten, en kan hij emigreren naar dat land helemaal vergeten. Maar een taalcursus die hem in één jaar op het vereiste niveau brengt, is ontzettend duur. En hij moet die zelf betalen, inclusief de toets aan het einde van de cursus. En dan moet hij ook nog voor de verdere aanvraag betalen en de medische keuringen; de aanvraag alleen al kost minstens 1000 euro voor hem, zijn vrouw en kinderen.
De conclusie is dat voor Achmed emigreren naar Canada niet echt een mogelijkheid is. Meteen moet je je dan afvragen of het komende Nederlandse beleid wel zo onwenselijk en onmenselijk is als ons wordt voorgeschoteld. Canada is een immigratieland bij uitstek en heeft niet bepaald een slechte reputatie op het gebied van mensenrechten.
Canada heeft een duidelijke voorkeur voor jongere, hoger opgeleide immigranten. Het land is zo succesvol in het binnenhalen van die groep, dat een regelmatig terugkerende klacht is: „Hebben we echt meer taxichauffeurs met een doctorstitel nodig?”
Als land moet je ervoor zorgen dat ieder die er woont, hier geboren of later gekomen, zijn of haar capaciteiten ten volle kan ontwikkelen en benutten en zo iets eigens kan geven aan de samenleving van al die mensen. Dat blijkt voor een traditioneel immigratieland als Canada al niet eenvoudig. In Nederland moeten we nog beginnen dat te leren.
De houding tegenover immigranten die met de PVV in de Tweede Kamer is vertegenwoordigd, is vooral een spiegel van ons aller onvermogen op een volwassen manier met immigratie om te gaan. Voor Nederlanders zijn immigranten zielige, hulpbehoevende wezens. Zielige mensen wijs je niet af, van zielige mensen verwacht je helemaal niets en ze hoeven ook niets bij te dragen.
In de methodes om buitenlanders Nederlands te leren die vanaf de jaren tachtig verschenen, is er altijd wel een werkloze die Achmed heet, of wordt verhaald hoe moeilijk het is voor buitenlanders een baan te vinden. Voor veel Nederlanders is de instroom van immigranten zoiets als ieder half jaar naar de tandarts: ’t is nodig, maar leuk is het niet. En omdat Nederland nooit positief over immigranten is geweest, staan we tegenover Wilders met de mond vol tanden. Wat je niet lief hebt, kun je ook niet tegen haat beschermen.
De politieke retoriek richt zich op de selectie aan de poort, maar die beoogde strengere selectie is nog ver verwijderd van een schending van mensenrechten. De echte toetssteen is hoe we iedereen aanspreken en uitdagen om bij te dragen aan ons samenleven, en ieder te bevestigen als mens door onze waardering voor die bijdrage. Dat vereist een andere houding in Nederland, maar alleen zo kunnen we de rancune van rechts en het verongelijkte van links overwinnen.

Elsewhere on the web:

www.trouw.nl/home/immigratie-vereis …
Dit artikel verscheen in Trouw, 14 oktober 2010

Tags: