Hans Groen

« | »

gekleurde schuld

Na de schietpartij in Hanau schrijft Christian Bangel in Die Zeit Online: “Man kann als Weißer ohne Migrationshintergrund, als jemand also, der Rassismus nie erlebt, nicht erfühlen, wie es ist, von solch einem Verbrechen zu erfahren.” Soms ga je met je bewogenheid de fout in, want wat hier staat, is dat mensen van verschillend ras, van verschillende huidskleur, van verschillende afkomst, elkaar ten diepste niet kunnen, noch zullen begrijpen. Het herinnert mij aan de Afrikaners van het apartheidsregime: als je er niet geweest was, kon je over Zuid Afrika oordelen noch praten.

Waarom maken we onszelf monddood en sluiten ons af voor de ander? De bevolking van Hanau ging spontaan de straat op na de schietpartij om hun medeleven en afschuw te uiten; Christian Bangel zet daar tegenover dat er door dezelfde soort mensen ook een klimaat is gecreëerd waarin zo’n daad kan plaatsvinden. Theo van Gogh had ook de sfeer geschapen waarin hij kon worden vermoord, toch? Alleen als je iemands individuele verantwoordelijkheid of geweten helemaal uitschakelt, kun je een rechtstreekse relatie leggen tussen een negatieve sfeer en een moorddadige actie. En dan kun je inderdaad een moord tot eigen schuld terugbrengen en getoond mededogen tot krokodillentranen.

Wat ook niet helpt, is de westerse neiging overal verantwoordelijkheid voor te nemen. Witte of blanke mensen (ik geef geen f*ck voor de scholastiek die rond deze termen nu bedreven wordt) achten zichzelf schuldig, denken dat zij verwijtbaar zijn, als het gaat om misdaden die gelijkgekleurden van dezelfde afkomst plegen tegen anders gekleurden van andere afkomst. De Amerikaanse talkshow-host Bill Maher legt uit hoe verwrongen deze houding is. Het is gewoon een strategie om zelf weer als moreel superieur uit de discussie te komen: kijk eens hoe schuldbewust ik ben en wij zijn (en jullie niet dus …). Het is ook makkelijk en goedkoop om je in een collectiviteit te verbergen die generiek schuld bekent (‘witte mensen’) tegen een generieke andere collectiviteit (‘gekleurde mensen’). Dat is een gratuite systeem-oplossing, geen menselijke ontmoeting.

De crux is natuurlijk dat huidskleur en afkomst het filter zijn geworden dat geacht wordt tussen mensen te staan die van hart tot hart willen spreken. Maar wat schieten we ermee op als je compassie modificeert omdat iemand niet jouw huidskleur of afkomst deelt. Natuurlijk, je kunt te gauw zeggen dat je de ander begrijpt en dat je naast hem of haar staat. Er zijn hetero’s die heel veel ruimte en begrip zeggen te hebben voor homo’s, om vervolgens te zeggen dat die ‘Canal Pride’ in Amsterdam toch niet meer nodig is. Zij realiseren zich dan niet dat de onderdrukker niet kan aangeven wanneer de onderdrukte genoeg geprotesteerd heeft. Maar het is een vorm van cultureel en ideologisch autisme om hetero’s de mogelijkheid te ontzeggen dit überhaupt te begrijpen.

We snijden begrip voor elkaar af op basis van uiteindelijk contingente kenmerken; we geven beslissende betekenis aan arbitraire attributen van de persoon, en sluiten daarmee de toegang tot onze gedeelde menselijkheid of humaniteit af. En vooral, we creëren een indolentie waarin ontmoeting, elkaar in het hart raken, niet meer mogelijk zal zijn, want als de één aangeeft jou te begrijpen, is dat per definitie verdacht. Dat is de verlamming die ik ervaar in de reacties op de misdaden die over en weer begaan worden en de uitsluting op grond van huidskleur en afkomst. Alleen, het doorbreken van die generieke sjablonen moet van twee kanten komen; kunnen we dat nog? En nog belangrijker, mag ik daartoe oproepen?

Tags: , , , , , ,