hansgroen.com

« | »

einde van het communautaire denken

Eindelijk, Francis Fukujama breekt de staf over het gemeenschapsdenken. Michael Sandels kritiek op het individualisme van John Rawls’ theorie van rechtvaardigheid was in 1983 de aanzet tot dit denken. Ik was er toen al niet weg van, heb dat ook eerder, in Justice Without Consensus, uiteengezet. Maar intussen is de gemeenschap als morele horizon steeds meer op de voorgrond gekomen, in die mate dat we mensen nu in de eerste plaats als lid van etnische of sociaal economische groepen beschouwen. Het naast elkaar leven heeft het gewonnen van het samenleven.

John Rawls had in zijn theorie van rechtvaardigheid een gedachtenexperiment bedacht waarin je zonder last en ruggespraak nadenkt over een inrichting van de maatschappij waarin iedereen goede kansen zou hebben op een volwaardig en voldaan leven. Zijn idee was, dat je dan niet een model zou kiezen waar 1% het heel goed heeft, en 99% een marginaal bestaan. Je zou ook niet kiezen voor een inrichting waarin 99% het gewoon goed heeft, maar 1% in de goot crepeert – jíj zou immers tot die ene procent kunnen behoren. Rawls dacht daarmee een morele afweging te geven: wat is het goede voor de mens, open naar wat die mens zou kunnen zijn en zou kunnen worden.

Volgens Sandel haalde Rawls op die manier juist het morele uit de afweging. Want mensen voelen zich niet verplicht aan de mens in het algemeen, maar aan een familie, klasse, natie, en ons ethisch oordelen is intrinsiek verbonden met de gemeenschap waartoe wij behoren. Dat is natuulijk zo, maar dat is niet de definitieve horizon van het morele oordeel. Als we nadenken over wat het goede is voor déze mens én alle mensen, moeten we voorbij de grenzen van onze eigen kring en gemeenschap kijken. Het goede voor de mens is niet gelijk aan het goede voor de groep aan wie ik mij verwant en verplicht voel, uiteindelijk, en het is een verrijking als we dat inzicht hebben verworven.

Wat heeft pakweg 35 jaar communautair denken opgeleverd? Enerzijds is er een zoektocht ontstaan naar hoe die ethische gemeenschappen die morele oordelen dragen gekenmerkt zijn. Dat bleek heel lastig – A. Etzioni kwam niet verder dan de etnische getto’s: Spanish Harlem, Koreatown in New York. Het zijn precies de gemeenschappen waar individuen zich aan moeten ontworstelen om zichzelf te kunnen ontplooien. Het zijn ook gemeenschappen die vaak een zekere vijandigheid hebben tegenover hen die bij de ‘niet-wij’ horen.

Anderzijds ontstond de identiteits politiek, het in het publieke beleid erkennen van etnische en culturele eigenheid. Daarmee werd de getto-vorming binnen gemeenschappen vanuit het publieke domein gestimuleerd en gesanctioneerd. Onderhand weten we ook wat de keerzijde van identiteit is: ressentiment. Volledige erkenning van mijn identiteit kan alleen door mijn gelijken geschieden, dus als je samenleeft met mensen met een andere sociaal-culturele of etnische identiteit, zul je je altijd tekort gedaan voelen.

Wat op de achtergrond verdween, was het besef dat niemand restloos onderdeel is van zijn of haar gemeenschap, ook niet als die gemeenschap conceptueel niet een ‘ik’ kan denken. En het is een stap voorwaarts als mensen in een samenleving met elkaar uitspreken dat niemand zal worden geofferd voor een ‘groter goed’. Dat is het oneindige gelijk van Robert Nozick als hij Anarchy, State, and Utopia begint met: “Individuals have rights, and there are things that no person or group may do to them (without violating their rights).”

Dat je jezelf als individu kunt denken, gaat ook niet ten koste van de gemeenschapsbanden die jou als individu mede hebben gevormd. Er is een merkwaardig idee ontstaan dat elke stap wèg van waar je in opgegroeid bent, een verlies betekent. Daarom is ook de multiculturele samenleving ‘mislukt’: allen die meespelen, ervaren zich als verliezers, alleen een intellectuele en culturele elite die op enige afstand staat, met de hand aan de klink van de nooduitgang, meent dat hijzelf, of ieder ander, verrijkt wordt.

Eindelijk dus dat iemand als Fukujama over de multiculturele samenleving zegt:
“… geef je rechten en erkenning aan culturele groepen of aan individuen? Uitgaan van groepsrechten is problematisch omdat het botst met het principe van een liberale samenleving die toch echt gebaseerd is op individuen.En dus schreef u een aanklacht tegen identiteitspolitiek, om het individu te redden van de massa? [vraag van de interviewer]“Precies. Omdat individuele rechten verzwolgen kunnen worden door zowel de staat als door culturele groepen.” (Casper Thomas, ‘We liggen van alle kanten onver vuur’, interview met Francis Fukuyama. De Groene Amsterdammer, donderdag 11 oktober 2018, p 30-35).

En kijk, Bart Somers, burgemeester van Mechelen, zegt in de NRC van 19 oktober 2018: “Wij zien mensen expliciet niet als onderdeel van een gemeenschap. We organiseren geen gesprekken met gemeenschappen of gemeenschapsleiders. Er is in Mechelen maar één gemeenschap, en dat is de stad. De mensen erin zijn individuen met een veelheid aan identiteiten.”

De maatschappij is zèlf de gemeenschap waar het om gaat. Zij biedt steeds veranderende configuraties van samenleven en naast elkaar leven. Het is geen museum voor volkenkunde waar we versteende gemeenschappen uit het verleden laten voortbestaan. Het is de plek waar ieder individu moet kunnen bloeien en waar jij en ik naast elkaar en met elkaar een goede, misschien een betere wereld bouwen

Tags: