hans groen


« | »

de val en de seh

Met alle terechte waardering voor de zorg in deze tijd, de noodzaak onderschrijvend dat we meer zorgpersoneel nodig hebben, zie ik ook de zorg als één van de koppen van het systeem-monster dat in bijvoorbeeldde toeslagen-affaire nog veel hardvochtiger aanwezig is. Een ervaring.

Zondag 24 oktober. Een mooie najaarsdag, zonnig, weinig wind. Mooi om een goede wandeling te maken. Na over de vloeivelden op het Suikerterrein in Groningen gewandeld te hebben, lopen we naar het Noorderpantsoen om nog een wijntje te drinken. Het is alleen veel te druk, dus besluiten we om op deze waarschijnlijk laatste zonovergoten dag in onze eigen tuin een ‘bubbeltje’ te doen. Op Westerhaven in Groningen lopen we richting Paterswoldseweg. Ineens stoot ik mijn scheenbeen tegen iets en val met mijn hoofd op de grond. Even duizelen, mijn partner raapt me op, en helpt me te zitten – naast een metalen bal van 30, 40 cm doorsnee die daar op het trottoir is ingemetseld. Andere mensen snellen toe en beiden hulp aan – er zijn nog zoveel lieve mensen. Net boven mijn wenkbrauw heb ik een wond die lekker doorbloedt. Eén van de mensen heeft bij de Primark een paar boxershorts gekocht voor haar zoon, dus met die schone doek stelpen we de bloeding.

Wat nu? Eerste hulp of SEH denk je dan, en laten lijmen, want met de bloedverdunners die ik gebruik, blijft zo’n wond akelig lang doorbloeden, wist ik uit ervaring. Het UMCG is het dichtse bij, dus de mevrouw van de boxershorts rijdt ons even daar naartoe. We melden ons en geven de reden van ons bezoek en handelen de noodzakelijke administratie. Het kan wel even duren, wordt gezegd, want het is druk.

Na drie kwartier komt de triage langs om te beoordelen wie moet worden ingeschakeld. We zitten in een kamertje en het duurt even voordat alles loopt: na een paar vragen waarop mijn antwoorden ‘niet kloppen’, ontdekt ze dat er nog een heel andere patient op het scherm staat. Dat opgelost en in het systeem ingevoerd, gaan we weer naar de wachtkamer. Na nog eens drie kwartier of zo worden we door een arts opgehaald. We worden een kamer binnengeleid en ik wordt naar een stoel in een hoek naast een behandelbed gedirigeerd. Ik wil gaan zitten, maar de arts, staande in de andere hoek, vermaant mij: “Weet u zeker dat u hier wilt zijn?” – “ Hm?” – “Ja, want dat gaat af van uw eigen risico.” – “Hoezo?” – “Is dat u niet verteld?” – “Nee.” Het is allemaal omdat ik op mijn eigen initiatief binnen ben gelopen. Ik had beter naar een huisartsenpost kunnen gaan, dan was het ‘gratis’ geweest. Mijn man reageert verontwaardigd, ikzelf ben nog niet helemaal helder na de val; als je valt en met een bloedende kop op de straat ligt, moet je je eerst gaan afvragen waar je heen kan zonder eigen risico op te eten, overweeg ik, maar ik kan het niet zo gauw onder woorden brengen. De arts stelt voor dat als ik nu weer ga en later bij de huisarts een tetanus-booster haal, zij verder geen aantekening maakt; ik sta er echter op dat ze de wond even lijmt. Zij kijkt nog even of ik geen hersenschudding heb en gaat dan weg, om een verpleger te halen. Die komt niet veel later binnen en maakt de wond schoon, waarna het als een gek gaat bloeden – ja, dáárom ging ik nou juist meteen naar de SEH. Dus ook de tiensecondenlijm gepakt, een paar zwaluwstaartjes, en de tetanusprik in mijn arm.

Onderwijl hadden we zelf al bedacht dat dat hele eigenrisico-verhaal niet van toepassing was voor mij omdat ik door ander ‘onderliggend lijden’ die €385 heb opgesoepeerd. Maar de koude, afstandelijk, niet-empathische houding van de SEH-arts komt rauw op je dak in zo’n situatie. Je krijgt ook de indruk dat agressie in het ziekenhuis niet totaal exogeen is aan de houding van de verpleging … In een principieel relationele relatie zoals die tussen zorgverlener en patient bestaat, is er minder éénrichtingsverkeer dan de overheid met ‘Handen af van …’ wil doen voorkomen. Agressie is onderdeel van de definitie geworden van een relatie die het herstel dient.

Het foute is, dat de overheid burgers die iets nodig hebben in de rol van calculerende burger dwingt en het gedrag van die calculerende burger alleen met afstraffen stuurt – je had naar de huisarts gekund, dat hebben wij ook liever, maar je gaat naar de SEH, dus dat kost je je eigen risico. Toen mijn moeder eens op zaterdag met de afwas bezig was en er een bordje brak waarmee ze in haar duim sneedt, ging ze op maandag met een hangend duimkoontje naar de huisarts. “Was nou maar meteen naar de Eerste Hulp gegaan, dan was het gratis geweest,” zei die. Maar ja, dat is meer dan vijftig jaar geleden.

De aardbevingsschade, de toeslagenaffaire, en de SEH-behandelkamer: daar staan ze, de machthebbers die met de armen over elkaar eerst op de regeltjes wijzen en de straffen uitspreken voor de overtredingen die jíj gemaakt hebt. Ook de mensen in de gezondheidszorg presenteren zich als gewillige mederstanders en uitvoerders van dit beleid. De vieze smaak die je overhoudt, is dat het bureaucratische protocollen fetisjisme waarin de mens niet gezien wordt, overal de norm is, hoe hard men ook schreeuwt dat dat anders moet.

 

Posted in Column
Tags: