hansgroen.com

« | »

de nieuwe regels van het spel

Onder die titel verscheen een pre-advies van de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling. Afgelopen donderdag, 1 september 2011, werd het gepresenteerd. “Via nieuwe media kunnen mensen volop deelnemen aan publieke debatten. Het debat wordt rijker en gevarieerder. Maar er zijn ook beperkingen.” Zo stond het in de aankondiging van de RMO. Natuurlijk ging de discussie vooral over de grofheden die mensen zich permitteren op internet.

Moet de overheid of de politiek zich bemoeien met de omgangsvormen op internet. Iedereen was het er wel mee eens dat dat niet de bedoeling is. Maar, Han Noten, senator en burgemeester, wil in zijn fucntie van burgemeester wel wat doen als mensen door hun gescheld het anderen onmogelijk maken aan een discussie mee te doen. Zoals, denk ik, wij van een cafébaas ook verwachten dat hij ingrijpt als een gesprek tussen twee gasten uit de hand dreigt te lopen. Hero Brinkman, ook in het panel en volgens mij wel bekend met café-ruzies, wilde daar niets van weten. Met ongelofelijk wollige taal smoorde hij alle nuances uit de discussie. Hij is al helemaal ‘house trained’, zindelijk zoals de uitdrukking in de Engelse serie Yes Minister is.
Dat vond ik één opmerkelijk punt in de presentatie. Het andere was dat maar nauwelijks aan bod kwam dat internet en sociale media bij lange na niet alle mensen verbinden. Terecht werd gezegd dat politici moeten uitkijken met twitter, want met 400.000 aansluitingen is twitter nou ook weer niet zo groot, maar dan is daarvan slechts 10% ook actief. Naar wie luister je als je op tweets reageert, of beter, wie hoor je niet in het getwitter?
Dat sociale media mensen bij elkaar brengen en verbinden, is evident. Maar de verbinding is tussen mensen die op sociale media zitten, en dat is slechts een deel van de mensen die er toe doen. Sociale media zijn een onderdeel van het publieke debat en van de meningsvorming, maar zijn niet ‘het’ debat, geven niet ‘de’ mening weer.
En om iets te bereiken via sociale media, om mensen te bewegen, zijn gewone lijfelijke contacten nog steeds onontbeerlijk. Het publiek is altijd groter in aantal dan de deelnemers aan een flashmob. Via sociale media kan je razendsnel, en in eerste instantie ongezien voor anderen, mensen tot iets oproepen. Dat hebben we gezien in Egypte, Tunesië, Libië en Engeland. Maar ik denk dat het effect vooral zo overweldigend was omdat iedereen ook nog wat vrienden meenam. Beweging ontstaat als mensen anderen meenemen; met de nieuwe regels van de sociale media zijn de ‘oude’ regels van de sociale omgang nog net zo geldig.

(Oorspronkelijk op CSC-Plein, 5 september 2012)

Tags: