hansgroen.com

wonen moet je leren

Licht, lucht en ruimte in de stadsuitbreiding van na 1950. Funcioneel, maar publiek?

Wij wonen. Wonen wij? was de titel van een boekje over woninginrichting uit de jaren 60. Het boekje ademt in de eerste plaats de sfeer van licht, lucht en ruimte van het nieuwe bouwen dat in de tuinsteden en stadsuitbreidingen werd verwerkelijkt. De titel is significant: die drukt uit dat wonen echt een werkwoord is, een activiteit.

Wonen is blijkbaar niet statisch. het is niet ‘resideren’, of zoals het in het liedje gaat, “een eigen huis, een plek onder de zon.” Nee, dan begint wonen pas.

Wonen doe je met stijl en smaak. Wonen is meer dan een dak boven je hoofd dat niet lekt en een paar objecten waarin je kan zitten en waarop je kan slapen. De woonomgeving stelt eisen aan de bewoners, en niet andersom, zo is de boodschap van dit boekje. Dat is het verschil tussen het zogenaamde organische, en daarom voor harmonieus gehouden, uitbreiden van een dorp, en het bouwen in de stad, waar het wonen voor velen als zodanig een vraagstuk is dat door de stedenbouwkundige moet worden opgelost. Zijn of haar oplossing lukt echter niet zonder de medewerking van de bewoner. Wonen in de stad vergt inspanning, het gaat niet vanzelf maar eist een verandering van houding en activiteit.

Het nieuwe bouwen veronderstelt dat ‘lucht, licht en ruimte’ niet alleen kenmerken zijn van de architectuur, maar ook van het innerlijk van de bewoner. Die bewoner moet ‘lucht, licht en ruimte’ toepassen op zijn of haar eigen bestaan en dienovereenkomstig anderen hun eigen ‘lucht, licht en ruimte’ laten. De inrichting van de eigen woning moet dat weerspiegelen. Dat is de betekenis van wonen als activiteit.

De Bijlmermeer, het hoogaltaar van het nieuwe bouwen, zondigde echter tegen een van de meest perverse burgerdeugden: het ophouden van de schijn. De architectuur van de Bijlmermeer liet met de brutale eenvormigheid gewoon aan iedereen zien dat de gemiddelde burger geheel eenvormig leeft. Die burger loopt braaf mee met de laatste ‘woontrends’ en ziet zichzelf als creatief-modieus. Maar diezelfde eenvormigheid aan de buitenkant van zijn woning is volgens diezelfde burger ‘saai’.