hansgroen.com

terug naar de kraal

De contradictie die in de Amsterdamse Bijlmermeer zichtbaar wordt, is dat bij een volkomen doorgevoerde functionele scheiding, het publieke leven geheel onzichtbaar wordt en de openbare ruimte helemaal in het teken van het gevaar staat. Het pogen door de infrastructuur conflict uit te bannen, leidt tot grote onveiligheid, het maakt het publieke domein onherbergzaam. Ban het conflict uit, dan wordt geweld onbeheersbaar.

De moderne kraal, of het moderne labyrint — de vinex-locatie als meditatieruimte?

De reactie van het woonerf, de laat-twintigste eeuwse variant van de tuinstad-hybride, bereikt precies het andere uiterste van het antipublieke. Hier verdwijnt het publiek omdat de openbare ruimte ontoegankelijk is. Probeer een vreemde maar eens uit te leggen waar je woont op het woonerf. Meer nog dan het onuitnodigend naar binnengekeerde van Betondorp, is het woonerf voor de niet-bewoner ontoegankelijk gemaakt. Het oplossen van conflict door de zwakste de norm te maken, leidt tot uitsluiting van de buitenstaander.
Anders is het met de zogenaamde vinex-locaties die vanaf 1990 ontstaan zijn. Hier is sprake van een regressie. Het is de moderne vorm van het wonen in een kraal. Het enige wat je er doet is slapen, eten en de kinderen laten spelen. Voor je werk moet je eruit, zoals de volkeren in Afrika overdag naar het land gaan om daar te pogen iets te doen groeien, of naar het oerwoud en de vlakte om te jagen. In het dorp voorzie je je zelf niet in je levensonderhoud.

De beruchte Bijlmermeer in Amsterdam is (weer) een voorbeeld van dit effect: de mensen voor wie deze zijn bedoeld was, ginger er niet wonen — die verkozen de lagere huren en kleinere ruimten van de strokenbouw waar zij het wonen meenden te hebben geleerd, en welks gebouwen zij hadden uitgewoond. In plaats van hen kwamen mensen uit de kraal, uit het typische dorpse leven, deze tempel van het nieuwe bouwen bevolken.

Kraal in Zambia — geen weg, geen labyrinth